Een of meer koppen koffie per dag kunnen bescherming bieden tegen drie vormen van kanker, zelfs bij mensen die roken en drinken. Koffie blijkt een beschermende werking te hebben tegen kanker van de mond, keel en slokdarm. Dat effect werkt zelfs onder mensen die juist een verhoogd risico voor die vormen van kanker hebben, zoals sigarettenrokers en zware drinkers.
Het blijkt dat zelfs één kop koffie per dag al helpt. Bij een onderzoek waarin de levensstijl van 38.679 Japanners in de leeftijd van 40 tot 64 jaar werd vergeleken, werden in dertien jaar tijd 157 gevallen gemeld van een van de bovengenoemde vormen van kanker. Bij hen die een of meer koppen koffie per dag dronken, was het risico op één van die ziekten maar half zo klein als bij hen die dat niet deden.
Bron: American Journal of Epidemiology, 2008; doi: 10.1093/aje/kwn282
Als we die resultaten doortrekken, kunnen we concluderen dat degenen die nu aan overgewicht lijden omdat ze als (ongeboren) baby aan chemische stoffen zijn blootgesteld, nog twee generaties lang kinderen met overgewicht krijgen.
Er is ook een lichtpuntje. Het blijkt namelijk dat een goede leefomgeving ziekte eveneens kan voorkomen. In een studie bij muizen onderzochten Larry Feig en zijn collega’s van de Tufts University of een stimulerende leefomgeving uitgeschakelde genen (Ras-GRF), die verantwoordelijk zijn voor de leer- en geheugenfunctie, kon compenseren. Wanneer onderzoekers zulke muizen in een onprettige omgeving zetten die ze van vroeger kennen, en die ze de prikkel geeft die de onaangename herinnering uitlokt, zullen ze zich toch niets herinneren. Maar toen de onderzoekers zulke muizen van vijftien dagen oud in een soort ‘themapark’ zetten (een grote kooi met speelkokers, kartonnen doosjes, een looprad, speelgoed en materiaal om een nest te bouwen), dat om de dag werd vernieuwd of anders ingericht, ontwikkelden de muizen binnen twee weken een nieuwe eiwit-verbindingsroute met een nieuwe leer- en langetermijngeheugenfunctie. Hoewel het betreffende gen nog steeds ontbrak, had een stimulerende leefomgeving de functie wel weer ingeschakeld. Wat geheugen en angst betreft vertoonden de muizen normale reacties.
Feig ging nog een stap verder en observeerde ook hun nageslacht, die in een gewone leefomgeving zonder ‘themapark’ verbleef. Tot zijn verbazing vertoonden die muizen het normale leer- en geheugengedrag, al ontbrak ook bij hen bewuste gen en waren zij niet extra gestimuleerd. Door de invloed van de leefomgeving van hun voorouders ontsnapten ze aan hun genetisch lot.
Deze uitkomst wijst erop dat het nooit te laat is om onze omgeving schoon te maken. Sterker nog, wij zijn het verplicht aan onze achterkleinkinderen.
Lynne McTaggart
1 Paediatr Perinat Epidemiol, 1992; 6: 240-253