Van te weinig zonlicht kan een tekort aan vitamine D ontstaan. En dat hebben de meeste mensen met de ziekte van Parkinson, zo valt uit onderzoek op te maken. Betekent dit nu dat iemand die weinig zon krijgt een verhoogd risico van deze ziekte heeft?
De ontdekking werd gedaan toen onderzoekers het vitamine-D-gehalte vergeleken van mensen met de ziekte van Parkinson met die van mensen met de ziekte van Alzheimer en met gezonde proefpersonen. Ongeveer 55 procent van de mensen met de ziekte van Parkinson had een zeer laag gehalte vitamine D ten opzichte van 35 procent van de gezonde mensen. Mensen die in een noordelijk klimaat wonen waar niet dagelijks de zon schijnt, kunnen hun vitamine-D-gehalte verhogen door veel vette vis en eieren te eten.
Bron: Archives of Neurology, 2008; 65: 1348-1352
De relatie met melatonine
De meest gangbare theorie is dat blootstelling aan te veel nachtelijk licht in het lichaam de productie van melatonine verstoort, het hormoon dat onze interne klok helpt te regelen. Melatonine wordt in het donker aangemaakt in de pijnappelklier, maar de afgifte wordt onderdrukt zodra er licht op onze ogen valt. Dit betekent dat door binnenvallend licht in onze slaapkamer de hoeveelheid melatonine in ons lichaam daalt. En een laag melatonineniveau wordt op zijn beurt in verbinding gebracht met een verhoogde kans op kanker.
Van werkers in de nachtdienst bijvoorbeeld − een groep die bewust regelmatig is blootgesteld aan licht ’s nachts − is bekend dat het melatoninegehalte in hun bloed ’s nachts lager is. Alle onderzoeksresultaten wijzen bovendien consequent op een verhoogd risico op borstkanker bij deze mensen en inmiddels wordt dat ook gevonden voor baarmoederkanker3. Uit één onderzoek bleek het risico van borstkanker 60 procent hoger onder ‘nachtwerkers’, met een stijgende trend naarmate men ouder werd en per week meer uren maakte. Daarbij viel op dat dit risico ook verhoogd bleek bij diegenen die hun slaap inhaalden in de slaapkamers met het meeste licht4.
De conclusies uit weer een andere Amerikaanse studie bieden een, wat de auteurs noemen, ‘rationele biologische verklaring voor het verhoogde risico van borstkanker bij vrouwelijke nachtdienstwerkers’. Bij laboratoriumratten met tumoren uit menselijke borstkankercellen observeerden de onderzoekers hoe fluorescerend licht ’s nachts de tumorgroei bevorderde als ze de dieren inspoten met bloedmonsters van gezonde vrouwen. Deze monsters bevatten wisselende concentraties melatonine, wat samenhing met het tijdstip waarop het bloed was afgenomen (bij daglicht, ’s nachts na twee uur complete duisternis of na blootstelling ’s nachts aan negentig minuten kunstlicht). De resultaten toonden aan dat de tumorgroei toenam bij melatonine-arm bloed – met andere woorden, het bloed dat overdag of ‘s nachts na blootstelling aan licht was afgenomen. Bloed dat rijk was aan melatonine – afgenomen in het donker – bleek daarentegen de tumorgroei significant te vertragen5.
Behalve met borstkanker ziet men bij nachtdiensten bij vrouwen ook een relatie met darmkanker en baarmoederkanker6,7. Bij mannen is een relatie te zien met prostaatkanker8. Hoewel het bewijs niet waterdicht is, was het voor de International Agency for Research on Cancer (IARC) overtuigend genoeg om dit type werk in 2007 als ‘mogelijk kankerverwekkend’ te classificeren9.
Het zijn echter niet alleen werkers in ploegendiensten die risico lopen. Recent onderzoek heeft ook een relatie gevonden tussen lichtvervuiling in de openbare ruimte en hogere borst- en prostaatkankercijfers bij de bevolking in het algemeen. Er wordt vermoed dat de algemene toename van kanker mede wordt veroorzaakt doordat de vorming van melatonine door al het kunstlicht ‘s nachts wordt onderdrukt. Er is meer onderzoek nodig, maar tot dusver lijkt het erop dat voldoende duisternis om ons heen essentieel is om kanker te voorkomen.
Andere gezondheidseffecten
Behalve kanker heeft een overmaat aan licht ’s nachts een hele reeks andere gezondheidseffecten, van hart- en vaataandoeningen tot gezichtsproblemen. Zoals in één ‘mini-onderzoek’ wordt gesteld: ‘Onderbreking van de normale daglichtcyclus en de verstoring van het normale melatonineritme die hieruit voortvloeit, heeft nadelige gevolgen voor het hele lichaam. Het kan tot ernstige gezondheidsschade leiden, afhankelijk van de persoonlijke constitutie’10.
Ook hier vormt onderzoek bij personen die in de nachtdienst werken de basis van de bewijsvoering. Bij hen werd een toename van hartziekten, spijsverteringsproblemen, slaapstoornissen en slechte zwangerschapsresultaten gevonden 11,12. Alarmerend waren de uitkomsten van een onderzoek onder zwangere vrouwen die regelmatig nachtdiensten deden. Deze groep had 85 procent meer miskramen laat in de zwangerschap en doodgeboren kinderen dan vrouwen die overdag werkten13. In ditzelfde Deense onderzoek vond men ook een relatie tussen ploegenwerk en een laag geboortegewicht14. Even zorgwekkend is de relatie die wordt gelegd tussen hart- en vaatziekten en ploegendiensten. Uit onderzoek van de literatuur tot dusver bleek dat hoge bloeddruk, linker ventrikel hypertrofie (abnormale verdikking van de linker onderkamer van het hart), kransslagaderproblemen en myocardinfact (hartaanval) vaker in de nachtploeg voorkomen en ernstiger verlopen dan bij de dagploeg15. Daar zijn weliswaar verschillende verklaringen voor mogelijk, maar het bewijs dat melatonine daar een rol bij speelt, is zeer overtuigend16. In één, weliswaar klein, onderzoek werd gevonden dat hartpatiënten ’s nachts een significant lager melatoninegehalte hadden dan andere patiënten17.
Naast het ploegendienstonderzoek werd ook in ander onderzoek bewijs gevonden dat te veel licht in huis ’s avonds een nadelig effect heeft op de gezondheid. In 1999 werd in een onderzoek van het University of Pennsylvania Medical Center en het Children’s Hospital of Philadelphia geconstateerd dat nachtelijk kunstlicht tijdens de eerste twee levensjaren kan bijdragen aan de ontwikkeling van myopie (bijzienheid)18. Zoals het BBC Nieuws in die tijd bekendmaakte ‘hadden kinderen onder de twee jaar die met het licht aan sliepen een vijfmaal zo grote kans om bijziend te worden als kinderen die in het donker sliepen. Voor peuters die met een nachtlampje sliepen was het effect driemaal zo groot’19. Hoewel de resultaten in andere studies nooit zijn herhaald20, bleek bij een onderzoek onder schoolkinderen in Singapore en China wel een zwakke, zij het indirecte samenhang tussen nachtlampjes en bijziendheid21. En een ander Amerikaans onderzoek van het team uit Philadelphia vond bij adolescenten wel een significante relatie tussen de toename van bijziendheid en het aantal uren complete duisternis in hun leefomgeving22.
Behalve bijziendheid gaf overmatige blootstelling aan licht in de eerste levensjaren een verhoogde kans op depressie en andere stemmingsstoornissen later in het leven. Onderzoek hiernaar staat nog in de kinderschoenen maar volgens Douglas McMahon, onderzoeker aan de Vanderbilt University ‘...wijst alles erop dat mensen, en dan met name kinderen, baat hebben bij het effect van een normale daglichtcyclus voor onze biologische klok’23.
Veel is nog duister
Het ziet ernaar uit dat ons natuurlijke lichaamsritme wordt verstoord wanneer we ’s nachts aan te veel licht blootstaan, of dit nu overbodige verlichting buitenshuis is, slaapkamerlampjes voor kinderen of langdurig werken in de nachtdienst, en dat de gevolgen vérstrekkend zijn. Hoewel nog meer onderzoek nodig is om de exacte samenhang op te helderen, vooral het effect van lichtvervuiling, is inmiddels wel duidelijk dat duisternis – net als zonlicht – voor onze gezondheid van vitaal belang is.
Joanna Evans
1 Chronobiol Int, 2009; 26: 108-125
2 Chronobiol Int, 2008; 25: 65-81
3 Cancer Lett, 2008 Dec 11; Epub ahead of print
4 J Natl Cancer Inst, 2001; 93: 1557-1562
5 Cancer Res, 2005; 65: 11174-11184
6 J Natl Cancer Inst, 2003; 95: 825-828
7 Cancer Res, 2007; 67: 10618-10622
8 Scand J Work Environ Health, 2008; 34: 5-22
9 J Pineal Res, 2009 Feb 9; Epub ahead of print
10 J Pineal Res, 2007; 43: 215-224
11 Cardiovasc J Afr, 2008; 19: 210-215
12 Environ Health Perspect, 2009; 117: A20-A27
13 J Occup Environ Med, 2004; 46: 1144-1149
14 Am J Obstet Gynecol, 2004; 191: 285-291
15 Cardiovasc J Afr, 2008; 19: 210-215
16 J Pineal Res, 2007; 43: 215-224
17 Lancet, 1995; 345: 1408
18 Nature, 1999; 399: 113-114
19 http://news.bbc.co.uk/1/hi/health/342256.stm
20 Br J Ophthalmol, 2003; 87: 580-582
21 Arch Ophthalmol, 2002; 120: 620-627
22 Ophthalmology, 2002; 109: 1032-1038
23 Environ Health Perspect, 2009; 117: A20-A27
Vormen van lichtvervuiling
Er zijn verschillende vormen van lichtvervuiling:
- Hemelgloed of lichtsluier is de heldere lichtsluier boven stedelijk gebied. Deze ontstaat doordat licht via waterdruppels of deeltjes in de lucht wordt verspreid.
- Strooilicht ontstaat als licht van bijvoorbeeld een straatlantaarn op daarnaast gelegen objecten valt en een gebied verlicht dat anders in het donker zou liggen.
- Verblindend licht wordt veroorzaakt door horizontaal lichtschijnsel.
- Overbodig licht is licht dat niet nodig is voor specifieke werkzaamheden, bijvoorbeeld wanneer ’s nachts in een leeg kantoorgebouw het licht wordt aangelaten1.
1 Environ Health Perspect, 2009; 117: A20-A27
De beste manier om in het donker te slapen
Hoe kunt ervoor zorgen dat u echt in het donker slaapt? Dit zijn enkele adviezen:
- Vermijd fel licht in de laatste drie uur voor u bed gaat.
- Zit ’s avonds zo min mogelijk achter de computer.
- Gebruik jaloezieën of dikke gordijnen tegen lichtschijnsel van buiten.
- Sta liever niet midden in de nacht op. En als dat toch nodig is, doe dan zo min mogelijk licht aan. Gebruik bijvoorbeeld een zwakke rode lamp in de badkamer als nachtlicht.


