Door eenvoudig een ventilator in de babykamer te plaatsen kan het risico van wiegendood verminderen, zo blijkt uit recent onderzoek. Als de ventilator aanblijft terwijl de baby slaapt, slinkt het totale risico op wiegendood met 72 procent. Het effect bleek nog groter bij een warme slaapkamer of als de baby op zijn buik of zij sliep.
Ook bleek uit het onderzoek dat een ventilator het risico van wiegendood verlaagt bij baby’s die met andere kinderen in een bed slapen en bij kinderen die geen speentje gebruiken.
Bron: Arch Pediatr Adolesc Med, 2008; 162: 963-968
Uit het recentste verslag van de MTA valt ook op te maken dat de middelen schadelijk zouden kunnen zijn voor de lichamelijke ontwikkeling van het kind. De kinderen die een ADHD-middel 36 maanden of langer gebruikten, waren gemiddeld 2,5 cm kleiner en 2,7 kg lichter. Maar ook die gegevens werden door de NIMH ge-‘herinterpreteerd’. In het persbericht uit 2008, hiervoor vermeld, stond dat de kinderen die geen medicatie kregen ‘iets groter werden’.
Dr. Pelham wordt tegengesproken door co-auteur dr. Peter Jensen, voormalig directeur van de NIMH die nog steeds namens dat instituut spreekt. Hij beweert dat Pelham de enige MTA-onderzoeker was die ‘de onzinnige boodschap’ verkondigde dat uit het onderzoek twijfel rees over de werkzaamheid op lange termijn van de geneesmiddelen. Maar dat is niet waar. Brooke Molina, universitair hoofddocent Psychiatrie en Psychologie aan de Universiteit van Pittsburgh, zegt dat de uitkomsten niet ‘ondersteunen dat kinderen die langer dan twee jaar medicijnen gebruiken een beter behandelresultaat hebben dan kinderen die dat niet doen’. In een e-mail aan dr. Pelham en anderen schreef ze dat de academische reviewers van het artikel ‘vonden dat we ons (te zeer) in bochten wringen om van het gebrek aan bewijs af te komen voor enig effect van de medicatie na acht jaar’.
Bryan Hubbard
1 J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 2009 Mar 23; Epub voorafgaand aan druk
2 Washington Post, March 27, 2009; p A01
Tekort aan essentiële vetzuren
In plaats van hun kind geneesmiddelen te geven kunnen ouders proberen het gehalte essentiële vetzuren (ook wel EFA’s: essential fatty acids) bij hun kinderen te verbeteren. EFA’s zijn namelijk cruciaal voor de anatomie en functie van de hersenen. Twee daarvan, arachidonzuur (AA) en docosahexaeenzuur (DHA), spelen een belangrijke rol in de hersenen en ogen. Het droge gewicht van de hersenen bestaat voor 20 procent uit deze zuren en dat van het netvlies voor 30 procent. Twee andere EFA’s, eicosapentaeenzuur (EPA) en dihomo-gamma-linoleenzuur (DGLA), zijn essentieel voor een normale ontwikkeling van de hersenen, maar hebben tevens een kleine anatomische rol.
Deze vetzuren heten essentieel omdat ze niet door het lichaam aangemaakt kunnen worden. Ze moeten dus via de voeding worden aangevoerd: DGLA en AA zijn omega-6-vetzuren; EPA en DHA zijn omega-3-vetzuren. Zowel AA als DHA is een ‘langeketen meervoudig onverzadigd vetzuur’ en kan meestal worden aangemaakt door omzetting van een precursor-EFA. Deze vetzuren zijn van cruciaal belang omdat ze onderdeel zijn van een complexe groep van biologisch zeer actieve bestanddelen zoals prostanoïden (prostaglandines, thromboxanen en prostacyclines) en leukotriënen. Deze bestanddelen vervullen verschillende regulerende functies in de hersenen en de rest van het lichaam.