Zowel medici als complementaire therapeuten experimenteren met speciale lichtstraling die het lichaam kunnen verhitten en zo de celreparatie op gang brengen.
Jarenlang is hyperthermie (een verhoogde lichaamstemperatuur) uit de gratie geweest (zie het hoofdartikel van dit nummer), maar momenteel zijn pioniers in de wetenschap juist aan het experimenteren met therapie op basis van die lichaamstemperatuur. Ze maken daarbij gebruik van energie uit infrarood licht: een niet-zichtbaar deel uit het elektromagnetische (EM) spectrum. Dit deel ligt net onder het zichtbare rood licht, vandaar de term ‘infrarood’ ofwel ‘onder het rood’. Het omvat drie golflengtes: nabij, midden en ver infrarood. De laatste heeft de langste golflengte.
Ver-infrarood heeft een te lange golflengte om zichtbaar te zijn voor het menselijk oog, maar wel voelen we deze in de natuur voorkomende energie uit de zon (en zelfs uit een heet lamppeertje) als een aangename warmtestraling. Hij verwarmt ons door het licht direct om te zetten in warmte zonder dat de temperatuur van de lucht rondom stijgt. Uiteindelijk wordt de lichaamstemperatuur hierdoor hoger en gaan de lichaamssappen zich sneller door het lichaam verplaatsen1. Daardoor gaan we behoorlijk zweten bij een veel lagere temperatuur dan bij normale verwarming, zoals bijvoorbeeld in een sauna.


