Overlijden door hartaanval vaak door medicijnen

Veelgebruikte medicijnen zoals Prozac (fluoxetine, een selectieve serotonine-heropnameremmer ofwel SSRI), COX2-pijnstillers en bètablokkers hebben allemaal een ernstige bijwerking die om de een of andere reden nooit gemeld is: ze blokkeren het eigen beschermingsmechanisme van het lichaam tegen een fataal aflopende hartaanval.
Deze verrassende ontdekking deden onderzoekers die wilden weten waarom een tweede hartaanval veel vaker overleefd wordt dan een eerste. Het bleek dat na een eerste hartaanval, mits de persoon die uiteraard overleeft, het lichaam een proces opstart genaamd ‘ischemische preconditionering’. Daarbij wordt de bloedtoevoer tijdelijk beperkt terwijl de weefsels van het hart weer op krachten kunnen komen. Dat proces wordt in gang gezet door een molecuul dat wetenschappers kennen onder de naam ‘mitochondrieel ATP-afhankelijk kaliumkanaal’.
Nu heeft echter een onderzoeksteam aan de Universiteit van Rochester Medical Center in New York ontdekt dat bepaalde medicijnen, met name het antidepressivum Prozac, COX2-pijnstillers en bètablokkers, de werking van dat molecuul verhinderen. Dat betekent dat mensen die een van die middelen gebruiken, meer kans hebben op een tweede hartaanval die dodelijk is.
De genoemde geneesmiddelen zijn nooit eerder in verband gebracht met hartproblemen, maar naar dat verband heeft ook nooit iemand gezocht, aldus de onderzoekers.

BRON: Circ Res, online publicatie 25 februari 2010; doi: 10.1161/CIRCRESAHA.109.215400