Overbrugging van de voedingskloof

Niet het klinische onderzoek maar ‘echte mensen’ stellen de norm in gezondheidszorg.

Stelt u zich voor: u bent een verzekeraar. Dan maakt u zich zorgen over hoe de kosten te dragen van de mensen die relatief jong ziek worden en dan langzaam en kostbaar sterven… U draait op voor de rekening van de medische kosten en de kosten van levensverzekering aan de nabestaanden.

Uw wetenschappelijke adviseurs zijn duidelijk: voeding speelt een belangrijke rol in het complexe speelveld van ‘gezond blijven’.

Wat, als u een besloten evenement zou organiseren dat vooraanstaande onderzoekers op dit gebied samenbrengt? U zou dan clinici, onderzoekers en andere vermeende leiders uitnodigen om te zien welke inzichten hun kritische onderzoek zouden overleven. Aangezien u zich ervan bewust bent dat de meest vooraanstaande onderzoekers soms hun wetenschap vertalen naar persoonlijke overtuigingen of vooroordelen en gevestigde belangen kunnen hebben in de voedingsmiddelen- en farmaceutische industrie, betrekt u één van ’s werelds beste ‘peer-reviewed’ tijdschriften die openheid en transparantie voorstaan.

Stop maar met u zich dit voor te stellen: het gebeurde deze zomer in een prachtig Zwitsers plaatsje vlakbij Zürich, tijdens twee afgeladen volle dagen. De tweehonderd verzamelde experts, inclusief mijzelf, kwamen vanuit alle uithoeken van de wereld. Nina Teischolz, de onderzoeksjournalist die als een van de eersten aan het woord kwam over het gebrek aan bewijs achter de minder-vet strategieën en schrijver van The Big Fat Surprise, was een van de panelleden, evenals Zoë Harcombe, PhD, een internationaal erkend criticus in de voedingswereld en cardioloog dr. David Unwin, de ‘koolhydraatarme dokter’.

Het nauw betrokken tijdschrift was niets minder dan The British Medical Journal (BMJ), dat een heel katern wijdde aan publicaties van de belangrijkste sprekers. Aanwezige verzekeraar was het vooruitstrevende Swiss Re. Op de agenda stonden enkele van de belangrijkste controversies in voeding, inclusief het ketogeen dieet, voedselkwaliteit, onderzoeksmethoden en vooroor-delen, gepersonaliseerde medicatie, volksgezondheidsbeleid en richtlijnen.

Gelukkig bleek deze bijeenkomst geen tijdverspilling. Er leek enige overeenstemming bereikt te worden op enkele heel belangrijke punten: voedselkwaliteit is belangrijker dan de hoeveelheid individuele macro-voedingsstoffen (koolhydraten, eiwitten en vetten) of micronutriënten (vitaminen, mineralen, essentiële vetzuren, polyfenolen etc.); een dieet met voornamelijk plantaardige voeding is beter dan met te veel vlees (in het bijzonder bewerkte vleesproducten) en zetmeel; en de consumptie van meer groenten, fruit en vezels worden in z’n algemeenheid als beter beschouwd. Maar kijk uit voor de overdaad aan suikers in sap en gerelateerde producten. Instemming was er ook over de schadelijkheid van transvetten, te veel suiker en bewerkte voedingsmiddelen.

Misschien wel het meest interessant: sommige van de aanwezigen die hun overheden hebben geadviseerd het minder-vet programma te omarmen – wat tot de premature dood van miljoenen heeft geleid – gaven toe dat ze fout zaten.

Hoewel de academische wereld haar ‘mea culpa’ nooit heeft uitgesproken, was het goed om professor Salim Yusuf van de McMaster University in Canada de gemaakte fouten te horen toegeven. Hij legde uit dat iedereen zich destijds heeft laten meeslepen in het geloof in de uitkomsten van de ‘Seven Countries Study’, het beruchte en uiterst gebrekkige onderzoek van Ancel Keys.

Epidemiologen als Darius Mozzaffarian van Tufts en Walter Willet van Harvard University waren begrijpelijkerwijs heel standvastig in hun visie dat alleen grote, epidemiologische studies betrouwbaar zijn, liefst vergezeld van bewijs, geleverd door een gerandomiseerde gecontroleerde studie. Dit is uiteraard een klassieke, op bewijs gebaseerde visie die ‘big food’ en ‘big farma’ goed van pas komt.

Maar veel van de aanwezige clinici waren in hun dagelijkse praktijk zelf getuige van ongelofelijke resultaten bij de aanpak van stofwisselingsziekten als obesitas en type-2 diabetes met behulp van het ketogene dieet. Niettemin werden deze resultaten weggewuifd als het slechtste bewijs van succes… Zelfs terwijl er duizenden patiënten bij betrokken waren.

Dit is misschien de grootste controverse binnen de voedingswetenschap. Op welke onderzoeksmethoden zouden we moeten vertrouwen bij toekomstige besluitvorming? Is een epidemiologische studie, waarvan de uitvoering minstens tien jaar kost, nog steeds de beste en enige weg? Moeten we de positieve resultaten bij honderden of duizenden positieve patiëntresultaten buiten beschouwing laten, omdat we niet volledig kunnen verklaren welke factoren in welke mate hebben bijgedragen?

Mijn persoonlijke mening is dat een van onderaf aangemoedigde benadering van gezondheidszorg en zelfzorg ondersteund door individuele keuzes, de weg is die we te gaan hebben.

Echte mensen in een realistische omgeving leveren het beste bewijs dat gezondheidszorg werkt. Beter gezondheidszorg die werkt, dan eindeloos te wachten op de inzichten van het precieze hoe en waarom, voordat we protocollen kunnen aanbevelen aan en inzetten voor het grote publiek.
Gelukkig wacht het publiek niet lijdzaam af totdat het verteld wordt wat te doen. Het enige waarop we wachten is dat de wetenschap een betere manier vindt om uit te leggen hoe we aan onze eigen gezondheid kunnen werken zonder de inzet van medicijnen.

Rob Verkerk
  ...

Lees het hele artikel:

Bestel dit nummer of    log in als u abonnnee bent.