STOPP en START

Bijwerkingen van geneesmiddelen kunnen vooral senioren treffen, omdat we daar gevoeliger voor zijn. Polyfarmacie en het voorschrijven van verkeerde medicijnen voor ouderen kunnen dat nog meer in de hand werken. Met gevolg dat er meer bijwerkingen optreden, terwijl dat voor een deel te voorkómen is.

Illustratief is het feit dat in Nederland 6 procent van de ouderen acuut in het ziekenhuis wordt opgenomen vanwege een bijwerking, waarvan de helft te vermijden was geweest door een beter medicijnbeleid.

Daarom zijn voor artsen de zogenoemde STOPP en START criteria ontwikkeld. STOPP is de afkorting voor `screening tool of older people’s prescriptions’ en START betekent `screening tool to alert to right treatment’. Artsen krijgen dus een advies welke medicijnen ze wel en niet aan ouderen zouden moeten voorschrijven. In 2008 zijn deze criteria voor het eerst verschenen en in 2014 werd een nieuwe geactualiseerde versie van de criteria gepubliceerd. Dus wie weet als we de woorden STOPP en START bij de huisarts laten vallen, dat hij verrast opkijkt.

Met therapietrouw wordt bedoeld dat de gebruiker het advies van de arts opvolgt en dus ook de medicijnen inneemt die deze voorschrijft. De praktijk is echter weerbarstiger en de therapietrouw daalt vrij snel naarmate de tijd voorbijgaat. Misschien ook niet zo verwonderlijk, omdat natuurlijk de bijwerkingen een forse aanslag plegen op de therapietrouw. Maar het kan ook zijn dat als we antidepressiva gebruiken en we voelen ons weer beter, dat de neiging bestaat om met de medicatie te stoppen, omdat we denken het weer alleen aan te kunnen.

We kunnen ook denken dat de pillen niet werken en dat bevordert natuurlijk ook niet dat we de medicijnen trouw blijven slikken. Het wordt helemaal moeilijk als we geen klachten hebben, zoals bij hoge bloeddruk. We nemen daar medicijnen voor in omdat we complicaties van hoge bloeddruk, zoals een hartinfarct of een beroerte, in de toekomst willen voorkomen. Dan moeten we toch sterk in onze schoenen staan om dit vol te houden. Want in het heden ervaren we vaak de bijwerkingen wel. Een groot probleem van de geringe therapietrouw is natuurlijk dat het therapeutisch effect een stuk minder wordt.

Het is natuurlijk belangrijk om met de arts te overleggen of de medicatie die we gebruiken nog nodig zijn. Misschien zijn de opvattingen daarover aan het veranderen. Ook leefstijlveranderingen kunnen voor een aanpassing of zelfs stoppen van bepaalde geneesmiddelen zorgen.

Minder medicijnen gebruiken door verandering van leefstijl?

Een infectie zal toch gauw met antibiotica behandeld worden. Maar voor andere problemen kan leefstijlaanpassing ervoor zorgen dat we geen of minder medicijnen nodig hebben. We kunnen hierbij denken aan diabetes, hoge bloeddruk of een te hoog cholesterol. Zo kan een gevolg van overgewicht zijn dat we bijvoorbeeld voor diabetes geneesmiddelen moeten gebruiken. We kunnen daarom beter het overgewicht te lijf gaan, maar ook als het nog niet helemaal lukt, is dat toch nog winst.

We kunnen een keuze maken om gezonder te eten, meer te bewegen of stoppen of minderen met roken. En als ons dat niet lukt, dan kunnen we misschien wel een paar stappen in de goede richting zetten. En wie weet volgen er meer stappen en voelen we ons beter omdat we op de goede weg zijn.

Jan van Ingen Schenau, zelf senior en werkzaam geweest als specialist ouderengeneeskunde. Daarbij is Jan 10 jaar lang hoofdredacteur geweest van Silhouet, een tijdschrift over angst en depressie.

  ...

Lees het hele artikel:

Bestel dit nummer of    log in als u abonnnee bent.