Zijn we emotie-eters?

Categorieën: Lichaam & geest

U denkt dat sombere mensen vaker impulsief snacken? Dit blijkt niet het geval te zijn! Het snackgedrag is niet alleen afhankelijk van uw geslacht, ook leeftijd en stress spelen een rol.

Snackgedrag

Saskia Wouters, docent en onderzoeker bij de Open Universiteit in Heerlen, onderzocht voor haar proefschrift het snackgedrag tussen maaltijden door van mannen en vrouwen. Hierbij richtte ze zich vooral op de reden van impulsief snacken. Zou dit ontstaan uit gewoonte? Of zitten er emoties achter? Volgens haar onderzoek snacken mannen meer wanneer ze zich goed voelen en juist minder wanneer ze zich niet goed voelen. Dit is een interessante vondst, omdat emotie-eten in de regel geassocieerd wordt met je minder goed voelen. Saskia heeft ook gekeken naar de effecten van de gemoedstoestand bij vrouwen. U dacht dat verdrietige vrouwen vaker impulsief snacken dan vrouwen die gelukkig zijn? Niets blijkt minder waar. De gemoedstoestand van de vrouw blijkt geen invloed te hebben op de hoeveel tussendoortjes die zij consumeert. Tenzij u naar een specifieke groep kijkt. Zowel mannen als vrouwen tussen de 20 en 30 jaar snacken juist méér als ze zich goed voelen. Een groot gedeelte van de mannen en vrouwen snoept echter uit gewoonte. En hoe sterker de gewoonte, hoe groter de calorie-inname tussen de maaltijden door is.

Stress

Verder heeft stress ook invloed op snaaigedrag. Het blijkt dat mensen die stress ervaren zich iets beter voelen na een lekker tussendoortje. Wat u dan eet heeft nog een aanvullend effect op uw stresservaring. Een koolhydraatrijk tussendoortje kan uw gevoel van stress juist versterken. Terwijl dit voor eiwitrijke – of vetrijke tussendoortjes niet het geval is.

Of u zich nu gelukkig voelt of juist stress heeft, het is aan te bevelen om zo veel mogelijk te kiezen voor een gezond tussendoortje. Verantwoorde eiwitrijke – of vetrijke tussendoortjes zijn bijvoorbeeld een handje gemengde noten, een rijstwafel met pindakaas, een stukje kaas of een bakje kwark.

Bron: Psychol Health. 2018 Apr;33(4):555-572.