Zonbescherming uit een potje, kan dat?

Verschillende stoffen uit voeding kunnen de weerbaarheid van de huid tegen schadelijke straling van de zon vergroten. Maar bieden deze stoffen voldoende bescherming om zonnebrandcrèmes te kunnen laten staan?

Carotenoïden uit voeding kunnen beschermen tegen schadelijke straling van de zon. Carotenoïden zijn gele- tot roodachtige kleurstoffen, zoals bètacaroteen in wortels, luteïne in eieren en lycopeen in tomaten. Van bètacaroteen is het huidbeschermende effect al langer bekend. Ook luteïne en lycopeen blijken de huid weerbaarder te maken tegen UV-stralen. Een onderzoek uitgevoerd door onderzoekers uit Düsseldorf laat zien dat gebruik van lycopeen en luteïne gedurende 12 weken zorgt voor minder huidschade door UV-straling. Om dit effect te bereiken, gebruikten de proefpersonen 20 mg van een van de stoffen. Deze dosering kan uit de voeding gehaald worden, maar hiervoor zult u iedere dag een glas tomatensap moeten drinken. Een supplement met geconcentreerde carotenoïden kan daarom prettiger zijn in gebruik.

Wel of geen zonnebrandcrème?

Ondanks dat carotenoïden bij een langdurige inname bescherming bieden tegen de schadelijke effecten van zonlicht, treedt er geen volledige bescherming op en blijft het gebruik van een zonnebrandcrème noodzakelijk. Verstandig gebruik van een crème is aan te bevelen, omdat anders de natuurlijke aanmaak van vitamine D in de huid niet goed kan plaatsvinden. In Nederland kan het lichaam tussen mei en oktober van 11 uur ’s ochtends tot 3 uur ’s middags vitamine D aanmaken. Een blootstelling van de huid in deze periode gedurende 30 minuten per dag is voldoende. De overige 3,5 uur, op het heetst van de dag, is het aan te raden om een crème te gebruiken. Laat uw huid vanaf de lente langzaam wennen aan het krachtiger worden van de zon om tevens de aanmaak van pigment te stimuleren. Carotenoïden kunnen extra ondersteunen.

Bron: Br J Dermatol. 2017 May;176(5):1231-1240.