Ouderen: extra oppassen met medicijnen en supplementen

Categorieën: Medicijnen

Ouderen hebben een grotere kans op het ontstaan van ongewenste interacties tussen medicijnen, kruidengeneesmiddelen en voedingssupplementen.

Een eerder uitgevoerde systematische review liet zien dat ouderen (>65 jaar) relatief vaak kruiden of voedingssupplementen gebruiken naast reguliere medicatie. Combinaties die in het verleden al problemen hebben gegeven zijn het gelijktijdig gebruik van knoflook en aspirine, en ginseng en warfarine. Op basis van deze bevindingen zijn wetenschappers in Engeland dieper gaan zoeken.

Zij vonden dat ouderen vaak geen melding maken van het gebruik van supplementen en kruiden bij de behandelend arts of apotheker. Hierdoor vindt er geen interactie-controle plaats, terwijl ouderen wel gevoeliger zijn voor interacties. Ze gebruiken vaak verschillende reguliere medicijnen (polyfarmacie) en met de leeftijd vermindert tevens de capaciteit van het lichaam om actieve bestanddelen in medicijnen en supplementen om te zetten en uit te scheiden.

Waarmee ontstaan er problemen?

De onderzoekers ondervraagden 155 ouderen. Hieruit bleek dat de meest gebruikte supplementen kabeljauwleverolie, glucosamine, vitamine D en een multivitaminen-mineralenpreparaat (een multi) zijn. De kruiden die ouderen gebruikten waren teunisbloemolie, valeriaan en een combinatie van hop, gentiaan en passiebloem. Opvallend was dat er soms onduidelijkheid was onder ouderen of ze kruiden gebruikten of niet. Het gebruik van een gemberextract werd bijvoorbeeld niet altijd als een kruidengeneesmiddel benoemd. Van de 155 ondervraagden bleken er 16 het risico te lopen op een ongewenste interactie. Interacties kunnen plaatsvinden tussen glucosamine en metformine, kabeljauwleverolie (omega-3) en hart/bloeddrukmedicatie, en teunisbloemolie en aspirine.

De belangrijkste boodschap van de onderzoekers is dat zowel patiënten als gezondheidsprofessionals hun verantwoordelijkheid moeten nemen. De patiënt zou open moeten zijn over het gebruik van supplementen en artsen en apothekers zouden er vaker naar moeten vragen. Dit betekent wel dat de kennis van gezondheidsprofessionals mogelijk bijgespijkerd moet worden op dit gebied.

Bron: Br J Gen Pract. 2018 Oct;68(675):e711-e717.