Afvallen met dagelijks een kopje koffie

Categorieën: Voeding

In de juni-editie van Medisch Dossier schreven wij dat een paar koppen koffie per dag lijken te beschermen tegen een groot aantal chronische ziekten. Nu is er ook een Britse studie gepubliceerd waarin de relatie van cafeïne met gewichtsverlies is onderzocht.


Eerdere onderzoek legde al een verband tussen cafeïneconsumptie, afvallen en een hogere energieverbranding. Deze nieuwe studie toont als eerste aan dat een kop koffie een direct effect heeft op het ‘bruine’ vet.

Testen met vetcellen

Bruin vet zet voedsel om in energie door de zogeheten ‘uncoupling protein 1’ (UCP1) te activeren. UPC1 zit in de mitochondriën (organellen binnen een cel die energie beschikbaar maken) van het bruine vetrijke weefsel.
In de eerste fase van het onderzoek werden bruine vetcellen blootgesteld aan cafeïne om het effect op het energiegebruik vast te stellen. Deze testen lieten verhoogde niveaus van UCP1 en een versterking van het metabolisme van de cellen zien.

Thermografische testen

Vervolgens zochten de onderzoekers van de universiteit van Nottingham naar validatie van de resultaten bij mensen. Hierbij gebruikten zij thermografie om het verwarmend vermogen van bruin vet te meten. Koffiedrinken bleek de temperatuur in het supraclaviculaire gebied – dat is de nekregio boven de sleutelbeenderen – te stimuleren en juist hier verzamelt zich bij mensen het meeste bruine vet. ‘Wit’ vet heeft overigens evenals bruin vet een isolerende werking, maar deze vetcellen slaan de calorieën juist op.

Cafeïne of toch een ander stofje

Nu willen de wetenschappers nog vaststellen dat cafeïne inderdaad de prikkel vormt waardoor het bruine vet in actie komt. Hiertoe onderzoeken zij momenteel cafeïnesupplementen. Wanneer duidelijk is welke component de stimulans vormt voor het bruine vet, komt volgens de wetenschappers niet alleen een oplossing voor het wereldwijde obesitasprobleem dichterbij, maar ook een nieuwe manier om de glucosewaarden van diabetespatiënten te helpen reguleren.

Bron: Sci Rep. 2019 Jun; 9 (1): 9104.