Alcohol. Sterke verhalen, zwakke bewijzen

De meest recente krantenkoppen over de gevaren van alcohol zijn vooral gebaseerd op bangmakerij en niet op feiten, aldus Tony Edwards.

Als je het nieuws wilt halen met horrorverhalen over onze eet- en drinkgewoonten, roep dan maar gewoon dat ze net zo slecht zijn als roken, en de paniekzaaiende krantenkoppen zullen vanzelf volgen.

Het afgelopen jaar waren er twee voorbeelden van dit soort bangmakerij te vinden over het drinken van alcohol. ‘Hoeveel sigaretten zitten er in een fles wijn?’ was de bizarre titel van een onderzoeksartikel dat eind maart werd gepubliceerd in BMC Public Health.1

Vlak daarop zorgde een ander artikel,2 dit keer in het bekende medische tijdschrift The Lancet, voor koppen zoals ‘Risico op beroerte al verhoogd bij één drankje per dag’. Een van de hoofdauteurs van het artikel zou gezegd hebben: ‘De alcoholindustrie zou op een soortgelijke manier moeten worden gereguleerd als de tabaksindustrie.’ Deze twee onderzoeken naar alcohol zijn verschenen in gerenommeerde tijdschriften, dus het is begrijpelijk dat de persberichten integraal werden overgenomen in de media. Echter, na zorgvuldige lezing van de volledige teksten waarop de berichten waren gebaseerd, bleek dat deze studies weinig waardevols weten bij te dragen aan de vele duizenden alcoholonderzoeken die de laatste vijftig jaar zijn verschenen. En ze bevatten ook methodologische zwakheden waardoor ze verre van overtuigend zijn.

Beide artikelen weerspiegelen de frustratie van de schrijvers over een tegenstrijdigheid die steeds opduikt in het verzamelde bewijsmateriaal van de afgelopen vijftig jaar, namelijk dat alcohol zowel goed als slecht kan zijn voor uw gezondheid. Uit het bewijsmateriaal komt overduidelijk naar voren dat bovenmatig alcoholgebruik weliswaar schadelijk kan zijn, maar dat een dagelijks bescheiden glaasje gezond is – met name omdat het zorgt voor een aanzienlijk kleinere kans op hartziekten.3 Deze tegenstrijdigheid wat het gezondheidseffect betreft zit velen in de medische wereld dwars, omdat zij tot doel hebben de alcoholconsumptie terug te dringen door te wijzen op de gevaren ervan.

Problematisch onderzoek

Daarom zijn er de afgelopen jaren georganiseerde inspanningen gedaan om medische onderzoeken te publiceren waarvan de conclusie is dat alcohol alleen maar schadelijk is en dat de tegenstrijdigheid dus helemaal niet bestaat.

De studie in The Lancet is hiervan een voorbeeld. Op het eerste gezicht is het een zeer geloofwaardig onderzoek: een vergelijking van de gezondheidsgegevens van een half miljoen mensen – deels wel, deels geen alcoholdrinkers – over een periode van tien jaar. Indrukwekkend is ook dat een van de onderzoekers de beroemdste epidemioloog ter wereld is, professor Sir Richard Peto van de Universiteit van Oxford, een van de pioniers van het onderzoek dat in de jaren 70 van de vorige eeuw het verband legde tussen roken en longkanker.

Maar nu ontstaat er een probleem: alle half miljoen mensen uit de studie van professor Peto waren Chinezen. Waarom is dat een probleem? Omdat pakweg 50 procent van de Oost-Aziaten bepaalde unieke enzymen heeft, wat ze een zeer ongebruikelijke doelgroep maakt als het gaat om het bepalen van de gezondheidsgevolgen van alcohol.

Peto en zijn team zeggen dat de drinkers die zij kozen dezelfde enzymen hadden als Europeanen. Maar de controlegroep van niet-drinkers had die niet, waardoor de twee groepen genetisch van elkaar verschillen, waardoor elke vergelijking veel minder waardevol wordt.

Daarmee zijn de problemen nog niet ten einde. Een ander opmerkelijk verschil in deze groep is de drinkcultuur in China. De meeste Chinese drinkers zijn mannen, de meeste Chinese dranken zijn sterke dranken en een aanzienlijk deel wordt gedronken in een setting van ‘binge-drinken’, waarbij heel veel alcohol in korte tijd wordt gedronken. Het is al jaren bekend dat de meest schadelijke vorm van alcohol sterke drank is en het meest schadelijke drinkpatroon binge-drinken.

Niettemin werden in de studie opmerkelijk weinig nadelige effecten van drinken gemeld. Het risico op een hartaanval was bij drinkers bijvoorbeeld niet anders dan bij niet-drinkers. Het enige significante verschil voor de gezondheid was te zien bij de twee belangrijkste vormen van beroerten: een 58 procent hoger risico op een hersenbloeding en een 27 procent hoger risico op een herseninfarct.

Gevaren overschat

Dit waren de cijfers voor de allerzwaarste drinkers, maar praktisch gezien betekenen ze erg weinig. Het enige dat ze aantonen is dat Chinese zware drinkers minder dan tweemaal zoveel kans op een beroerte hebben. Ter vergelijking: voor rokers geldt dat zware rokers 25 maal zoveel risico lopen op longkanker.

Toch brachten Peto en zijn team deze bevindingen als een enorm succes, vooral omdat er geen bewijs was voor enig gunstig gezondheidseffect van een lage inname van alcohol. Zij beweerden dat dit de doodslag was voor het idee dat alcoholische drank gezond zou kunnen zijn.

Ze vergaten echter op te merken dat dit resultaat volledig voorspelbaar was, gezien het Chinese drinkpatroon. Binge-drinken is sowieso slecht voor de gezondheid, zoals onlangs werd bevestigd in een studie onder Finse drinkers (naar verluidt de meest beruchte drinkers in Europa).4 Bekend is dat alcohol – zelfs als de totale gemiddelde alcoholinname, gemeten over weken of maanden, laag blijft – zodra het in een patroon van binge-drinken wordt genuttigd, gevaarlijke gevolgen kan hebben voor sommige cruciale leverenzymen. En deze brengen weer een domino-effect in de rest van het lichaam teweeg.

Het vreemdste aspect aan de studie in The Lancet is dat hierin alle eerdere bevindingen van professor Peto zelf worden tegengesproken. Als een van de sleutelfiguren achter de connectie tussen roken en kanker, met als bron een studie onder ongeveer 12.000 Britse artsen, produceerde hij een toonaangevend onderzoek waarmee de huidige antirookwetgeving in gang werd gezet.
Wat echter maar zelden wordt genoemd, is dat in precies datzelfde onderzoek werd vastgesteld dat de artsen die alcohol dronken aanzienlijk minder risico liepen om te overlijden aan een reeks dodelijke ziekten. De artsen die dronken, overleefden hun niet-drinkende collega’s met een aanzienlijke marge.5

Tegengestelde belangen

In het midden van de jaren 90 begon Peto samen te werken met onderzoekers in de VS, misschien om deze contra-intuïtieve resultaten te onderzoeken. De doodsoorzaak van een half miljoen Amerikanen werd achterhaald. Het resultaat? Opnieuw bleek dat niet-drinkers korter leefden dan drinkers, voornamelijk omdat ze vaker aan hartziekten leden.
De matige drinkers hadden het meeste profijt, maar de voordelen bleven ook bestaan bij een veel hogere inname van alcohol.6

Dit eerdere onderzoek van Peto werd echter niet genoemd in zijn laatste Chinese samenwerking. Bovendien waren de hoofdauteurs achter het artikel in BMC Public Health twee Britten die actie voerden voor een restrictiever alcoholbeleid – een mogelijke belangenverstrengeling die noch in het verslag noch publiekelijk duidelijk werd gemaakt. Tevens was het onduidelijk dat hun studie gewoon hun eigen niet-deskundige beoordeling van de bestaande informatie over het onderwerp betrof en geen nieuw onderzoek.
Hun conclusie was uniek in de totale geschiedenis van het alcoholonderzoek: ‘Het drinken van één fles wijn per week hangt samen met een absolute levenslange toename van het kankerrisico gelijk aan het roken van 10 sigaretten per week voor vrouwen en vijf voor mannen.’

Het echte verband met kanker

Laten we die claim eens tegen het licht van het echte bewijsmateriaal houden. De meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen is borstkanker, wat de auteurs van het BMC-artikel bevestigen.
Een tiental jaren geleden maakten twee Franse biostatistici een diepteanalyse van het borstkankerrisico onder 1500 vrouwen in Zuid-Frankrijk.7 Zij kozen de streek Hérault, ‘waar wijn een integraal onderdeel uitmaakt van de eetgewoonten van de bevolking’, waar zij twee jaar lang alle vrouwen identificeerden – jong en oud – met de diagnose borstkanker.
Vervolgens werd een gedetailleerde analyse gemaakt van de totale leefstijl van deze vrouwen, waarbij ook werd nagegaan welke soort alcohol ze dronken, hoe veel en hoe vaak. Evenveel gezonde vrouwen zonder borstkanker werden als controlegroep op dezelfde manier gevolgd.

De bevindingen waren dramatisch. Geen van de gevallen van borstkanker bleek enige samenhang te vertonen met de alcoholinname, hoe veel of welk type alcohol de vrouwen ook dronken. Als bijvangst bleek wel dat de enige belangrijke leefstijlfactor die verband hield met borstkanker het ‘nuttigen van veel rood vlees’ was (dit verdubbelde ongeveer het kankerrisico).
Een alcoholinname van 12 gram per dag (gelijk aan een zeer groot glas wijn) verlaagde zelfs het borstkankerrisico met bijna de helft. De grootste bescherming werd gevonden bij vrouwen die elke dag wijn dronken; er was helemaal geen voordeel te zien als ze ‘zelden’ wijn dronken. Een hogere inname van wijn verhoogde het borstkankerrisico niet.
‘Een regelmatige, lage inname van wijn verlaagt het risico op borstkanker’, concludeerden de schrijvers. Daarom ‘is het misschien niet juist om iedereen die weinig alcohol drinkt, met name wijn, aan te raden de alcoholinname te verlagen.’

In 2014 werden soortgelijke resultaten gevonden bij Griekse vrouwen. Onderzoekers van de Harokopio University in Athene meldden dat ‘een matige alcoholconsumptie, vooral wijn, samenhang lijkt te vertonen met de preventie van borstkanker.’8 Het is natuurlijk bekend dat Fransen en Grieken bijzonder gezond zijn, vooral vanwege het mediterrane dieet. Maar Amerikaanse wijnliefhebbers lopen niet ver achter als het gaat om borstkanker. Bij een door het US National Cancer Institute gefinancierde studie onder meer dan 13.000 vrouwen, van wie ongeveer de helft borstkanker had, bleek dat de wijndrinkers geen enkel extra risico liepen.9

Wijn: een gezondheidsdrankje?

Maar hoe zit het met mannen, die ook te horen kregen dat een fles wijn per week net zo slecht is als roken? De dodelijkste vormen van kanker voor mannen zijn long-, prostaat- en darmkanker. Een studie onder 84.170 Amerikanen wees uit dat het risico op longkanker afnam met 2 procent per glas rode wijn per maand, zo stelden onderzoekers van de Kaiser Permanente Research Group in Pasadena vast. Het grootste voordeel – een risicoverlaging van 85 procent – werd behaald door ex-rokers die meer dan een glas rode wijn per dag dronken.10

Uit een meta-analyse van 17 onderzoeken naar de connectie tussen alcoholgebruik en longkanker, bleek dat wijn het kankerrisico met ongeveer 30 procent verlaagde, met het grootste positieve effect onder oudere mannen en rokers.11

Prostaatkanker neemt ook enorm af onder wijndrinkers. ‘Per glas rode wijn per week wordt een statistisch significante afname van 6 procent van het relatieve risico op prostaatkanker gezien’, aldus een studie van de Fred Hutchinson Cancer Research Center in Seattle uit 2005.12

Met andere woorden: hoe meer wijn hoe beter – wat vooral opgaat voor de ernstigste gevallen van de ziekte. ‘Juist bij klinisch agressieve vormen van prostaatkanker wordt de grootste afname van het risico gezien’, aldus hoofdauteur dr. Janet Stanford. ‘Bij mannen die vier of meer glazen rode wijn van 120 ml dronken, kwamen de meer agressieve vormen van prostaatkanker ruim 60 procent minder vaak voor.’

Minder dramatische maar nog steeds gunstige resultaten kwamen naar voren uit een Nederlandse cohortstudie. Hierin werd de gezondheid van bijna 60.000 mannen over 6 jaar bijgehouden. Er bleek geen verandering op te treden in het risico op prostaatkanker bij mannen die rode wijn dronken, ongeacht de hoeveelheid die ze dronken.13

Ook de darmen lijken door alcohol te worden beschermd. Deense onderzoekers stellen naar aanleiding van een 15 jaar durende studie onder bijna 30.000 mensen dat het een ‘kankerwerend effect’ heeft.14

Een ander groot onderzoek van de Britse Cambridge University sluit zich hierbij aan met de stelling dat de wijndrinkers onder de bijna 25.000 deelnemers ongeveer 40 procent minder kans liepen op colorectale kanker.15

Er zijn dus voor beide seksen harde bewijzen dat wijn drinken geen belangrijke vormen van kanker veroorzaakt, en dat het zelfs preventief kan werken. En toch is een toonaangevend Brits medisch tijdschrift, dat verondersteld wordt alle artikelen vóór publicatie te onderwerpen aan een peer-review, bereid om te stellen dat ‘één fles wijn per week (drinken) samenhangt met een absolute levenslange toename van het kankerrisico gelijk aan het roken van 10 sigaretten per week voor vrouwen en vijf voor mannen’.

Er is duidelijk bewijs dat wijn, met mate genuttigd bij de maaltijd, voordelen kan hebben voor de gezondheid.16 Bedenk, de volgende keer dat u angstverhalen tegenkomt over deze levensversterkende vloeistof: als het te eng klinkt om waar te zijn, dan is het dat ook.

 

Literatuur
1 BMC Public Health, 2019; 19: 316
2 Lancet, 2019; 393: 1831–42
3 Addiction, 2017; 112: 968–1001
4 Alcohol, Mar 16, 2019
5 BMJ, 1994; 309: 911
6 N Engl J Med, 1997; 337:1705–14
7 Ann Epidemiol, 2008; 18, 467–75
8 Nutr Cancer, 2014; 66: 810–7
9 Cancer Epidemiol Biomarkers Prev, 2009; 18: 1007–10
10 Cancer Epidemiol Biomarkers Prev, 2008; 17: 2692–9
11 Cancer Epidemiol Biomarkers Prev, 2007; 16: 2436–47
12 Int J Cancer, 2005; 113: 133–140
13 Cancer Causes Control, 1999; 10: 597–605
14 Gut, 2003; 52: 861–7
15 Cancer Epidemiol, 2009; 33: 347–54
16 Diseases, 2018; 6: E73