Anders kijken: Overgewicht

Robert Muts 18 feb 2020 ,

We worden te dik, dat is geen nieuws. Meer dan 30 procent van de Nederlanders is te dik en 10 procent is medisch gezien obees. We weten inmiddels dat een dikke buik, hoge bloeddruk, een te hoog cholesterol en diabetes geen afzonderlijke syndromen zijn, maar vier symptomen van één en hetzelfde ‘overgewicht’. Elk van deze symptomen vergroot de kans op hart- en vaatziekten met de helft. Een tweede factor erbij en de kans wordt verdubbeld.1

Wat gezond eten is, weten we niet. In Nederland kennen we de Schijf van Vijf, die onlangs weer is aangepast met de nieuwste inzichten. In Engeland is er een andere schijf van vijf en Duitsland kent een schijf van zeven. Het mediterrane dieet bevat weer andere aanbevelingen en de Amerikanen hebben een piramide van zes.

Vervolgens zijn er talloze maten om mee te meten, waaronder kilocalorieën (kcal). In Nederland heeft een man 2.500 kcal per dag nodig en een vrouw ongeveer 2.000 kcal.2 In het buitenland is dat een paar honderd kcal minder.

Dan bestaat er de Body Mass Index (BMI). Hiermee worden lengte en gewicht aan elkaar gerelateerd. Bij een BMI-waarde van boven de 25 is er sprake van overgewicht en boven de 35 van ernstige obesitas. We kunnen verder vetplooien meten, tailles berekenen, en nog veel meer. Toch zijn al deze maatregelen en cijfers ontoereikend. We worden nog altijd alsmaar dikker. De vraag waarom we te dik worden, roept vele antwoorden en daardoor nieuwe vragen op. We kunnen kijken naar de sociale aspecten. Hoe is het sociaal milieu, uit welk gezin komt de dikkere mens? Wat is de invloed van de media? Er wordt meer geld gespendeerd aan de reclame voor snoep en fastfood dan voor gezonde voeding. Wat is het kopieergedrag van mensen? Waarom snacken we zoveel?

Mechanisme vetopslag

Laten we om te beginnen eens ánders kijken naar het mechanisme van vetopslag. Als we dit snappen, kunnen we gericht maatregelen nemen. Dit mechanisme begint in het bindweefsel; het weefsel dat bindt tussen de functiecellen van organen en zenuwcellen. Binnen het bindweefsel zijn er talloze gespecialiseerde cellen, zoals bloed (transport), botten (steun), spieren (beweging), immuuncellen (afweer) en vetcellen (opslag). Vetcellen hebben het vermogen vetten op te slaan, maar ook suikers. De grote vetdruppel is kenmerkend voor dit type weefsel.De mens is een van de weinige zoogdieren die met vetdepots worden geboren.

Een volwassene met een normaal lichaamsgewicht heeft circa 25 miljard vetcellen met gemiddeld elk 0,6 Tg lipide, hetgeen kan verdubbelen. Het aantal vetcellen neemt in onze groeiperiode alleen nog toe gedurende een bepaalde tijd kort na de geboorte en daarna nog eens in de puberteit. Hierna blijft het totale aantal vetcellen in het lichaam constant gedurende de rest van het leven. Vetzucht op latere leeftijd wordt vooral bepaald door vergroting van bestaande vetcellen en niet door toename van het aantal. Dik zijn of het vermogen om dik te worden, heeft dus niets te maken met een grotere hoeveelheid cellen. Het heeft wel te maken met de functie van de vetcel en het vermogen om vet of suikers op te slaan.

Oorzakelijke verbanden

Waar komen de vetten in ons lijf vandaan? Vet uit voedsel, dat wordt afgebroken tot kleinere substanties en vervolgens met behulp van de gal naar de vetcellen in het bindweefsel wordt vervoerd.

De lever maakt zelf bepaalde vetzuren. Uit glucose (suikers) kunnen de vetcellen zelf vetzuren maken en deze opslaan. Bedenk wel dat vetten belangrijk zijn: voor energie, voor isolatie, ter bescherming en als bouwstof.
Deze kennis moeten we bij overgewicht nog eens nader bekijken op oorzakelijke verbanden. Waarom slaat het lichaam eigenlijk te veel vet op? Immers, alles heeft een functie. Als het lichaam telkens teveel vet opslaat, moet daarvoor een reden zijn.

In de natuur is vetopslag een normale zaak. De ijsbeer is een eenvoudig voorbeeld: hij slaat veel vet op voor de koude winter, enerzijds als voorraad voor zijn winterslaap en anderzijds als isolatie voor de koude winter. Ook al doen wij geen winterslaap, ons lichaam is wel gebouwd om een reserve aan te leggen. Wanneer onze vetopslag te veel wordt, is dat te relateren aan een te groot aanbod, een te klein verbruik of een verkeerde omzetting.

Een te groot aanbod aan vet wordt bepaald door ons voedsel. We eten te veel (verkeerde) vetten. Dat zijn de transvetten die vooral te vinden zijn in de snacks, fastfood, koek, taart, enz. Meer dan de helft van de supermarkt bestaat uit producten met deze vetten! Deze transvetten worden ‘verkeerd’ opgeslagen. Eenvoudig gezegd: goede vetten zijn bij kamertemperatuur vloeibaar, vaste (harde) vetten zijn slecht voor ons.

Een te klein verbruik van vet heeft te maken met te weinig beweging. Vet dat niet verbruikt wordt, blijft opgeslagen. Nogmaals, het aantal vetcellen blijft gelijk, maar ze worden groter. Wanneer vetcellen te groot zijn, worden ze ingepakt in het bindweefsel. Dit ingepakte vet kunnen we maar zeer moeizaam verbranden, met welk dieet dan ook.

Een verkeerde omzetting van vet is feitelijk een simpel gegeven. Wanneer we het lichaam op jonge leeftijd (te) veel suikers aanbieden, worden deze suikers door de vetcellen omgezet in vet. Dit vermogen wordt in grofweg de eerste zeven jaren van het leven vastgelegd. Heeft de mens eenmaal dit vermogen, dan is dat niet terug draaien en wordt iedere vorm van suiker blijvend omgezet in vet. Dat zijn de mensen die van ieder snoepje en koekje dik worden. De enige remedie is dan geen geraffineerde suikers gebruiken — en dat zijn alle witte meelproducten, suikerproducten en suikervervangers. Nog beter is uiteraard om kinderen absoluut geen suiker aan te bieden, zeker niet in de eerste zeven jaar!

Persoonlijk advies

In mijn dagelijkse praktijk zie ik allemaal verschillende mensen, die ieder een persoonlijk advies nodig hebben. Niet iedereen kan hetzelfde doen of eten, we zijn allemaal verschillend. Juist door de algemene adviezen, zijn de meeste diëten of bewegingsadviezen gedoemd te mislukken.

Zoek daarom naar een op u afgestemd advies, zoals:

  • Wordt u dik van alles? Dan zet u waarschijnlijk suikers om in vet. Eet dan absoluut geen geraffineerde koolhydraten.
  • Verbrandt u te weinig vet? Ga bewegen in dat wat u kunt en leuk vindt.
  • Eet u de verkeerde transvetten? Houd het enkel op drie gezonde maaltijden per dag.

Het lichaam geeft fantastische signalen af. Ook al is ons oerinstinct ondergesneeuwd door de overstelpende goedbedoelde adviezen, menigeen weet diep van binnen eigenlijk best wat wel en niet goed is. U wordt moe van een bepaalde maaltijd, u krijgt diarree na het eten van een ijsje, u wordt dik van een koekje. Ons buikgevoel (in het Engels gut feeling genoemd) bedriegt ons niet. Probeer te eten, te bewegen, te genieten van de dingen die u langdurig gelukkig maken. Dat gaat verder dan uw smaakpapillen, maar meer over hoe u zich de volgende dag voelt.

Mijn advies: kijk eens met gezond verstand naar vet. Het zijn niet het aantal vetcellen of genetische factoren, die u dik maken. U kunt er zelf iets aan doen om luchtiger door het leven te gaan. Volg geen algemene regeltjes, maar voel waar uw lijf zich het beste bij voelt. Niet op het moment zelf, maar vooral de dag erna. Wanneer u er zogezegd energie van krijgt, zit u meestal goed. Laat, tot slot, ook eens een persoonlijk advies samenstellen door een goed opgeleide voedingsdeskundige.

Literatuur
1 Endocr Pract. 2014;20(9):977-989
2 Voedingscentrum: www.voedingscentrum.nl/nl/afvallen/spelregel-2-minder-eten-om-af-te-vallen

Bestel dit nummer
Robert Muts

Robert Muts

Robert Muts heeft jarenlang verschillende facetten van reguliere en complementaire geneeskunde bestudeerd, zoals fysiotherapie, osteopathie, TCM,...

Meer over Robert Muts >
Bekijk website van de auteur >