Een nieuwe knie: wel of niet doen?

Lynne McTaggart 6 feb 2017

Volgens artsen is 95 procent van de knievervangingsoperaties een succes. Maar de werkelijkheid is minder rooskleurig. Een gewrichtsvervanging, of ‘artroplastiek’, wordt vaak als een wonderoperatie beschouwd, en dat is best logisch. Net als een nieuwe heup is een nieuwe knie volgens artsen onvermijdelijk zodra de patiënt te veel pijn krijgt en niet goed meer kan bewegen. Volgens een onderzoek uit 2006 zijn zulke knieoperaties inmiddels zo normaal en populair dat het aantal operaties in 2030 naar verwachting met 673 procent is gestegen. Bij een knievervanging verwijdert de chirurg eerst het beschadigde kraakbeen (het elastische weefsel dat het gewricht bekleedt) en een beetje botweefsel. Daarna zet de arts het kunstgewricht van metaal en kunststof (polyethyleen) vast met cement. Een patiënt die geen complicaties krijgt, blijft meestal een dag of vijf in het ziekenhuis en moet daarna thuis een maand herstellen. Na twee tot drie maanden functioneert hij of zij weer normaal. Het medische onderzoek schetst een ideaalbeeld: 95 procent van de knievervangingen met cement zou een succes zijn – althans, geen complicaties hebben – gedurende minstens tien jaar. Na gemiddeld ruim vier jaar heeft 89 procent van de knieoperaties nog steeds het gewenste resultaat. Verder blijft het grootste deel van de

Het volledige artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Log in Word Abonnee
Lynne McTaggart

Lynne McTaggart

What Doctor’s Don’t Tell You, het moederblad van Medisch Dossier is eind 1998 opgericht door Lynne McTaggart samen met haar man Bryan Hubbard....

Meer over Lynne McTaggart >