Lees je lijf: Humorenleer, het lezen van levens- en lichaamssappen

Cindy de Waard 20 okt 2020

Door de eeuwen heen zijn de lichaamssappen op verschillende manieren bekeken. Waar medici als Hippocrates en Galenus zich in de oudheid bezighielden met de levenssappen slijm (flegma), gal en bloed, kijken we tegenwoordig naar lichaamssappen, zoals slijm, afscheiding, sperma, zweet en oorsmeer. Net als vroeger wordt uit de lichaamssappen informatie gehaald die iets zegt over onze gezondheidsstatus. De humorenleer, of vier-sappenleer, vormde eeuwenlang de basis van de westerse geneeskunde. Verschillende geneesheren hebben de leer toegepast en uitgewerkt, waaronder Hippocrates, Galenus en Avicenna. Vier levenssappen, of humoren, stonden centraal, namelijk slijm (flegma), bloed, zwarte en gele gal. Een balans tussen de humoren was essentieel voor een goede psychische en lichamelijke gezondheid.1 Tegenwoordig spelen de levenssappen zoals uiteengezet in de humorenleer geen rol meer bij het bepalen van de fysieke gezondheid. In de natuurgeneeskunde wordt door een groep therapeuten en artsen nog wel gebruikgemaakt van de temperamentenleer, een systeem waarin vier typen gemoedstoestanden en karaktertrekken omschreven worden die afgeleid zijn van de vier-sappenleer (zie het kader). Ook vandaag de dag worden de lichaamssappen nog bekeken in de geneeskunde. Al is dat vanuit een ander denkkader dan dat van de oude geneesheren Galenus en Avicenna. Verschillende uit- en afscheidingen kunnen iets zeggen over

Het volledige artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Log in Word Abonnee Bestel dit nummer
Cindy de Waard

Cindy de Waard

Cindy de Waard is natuurgeneeskundige en farmaceutisch wetenschapper. Zij heeft zich enkele jaren beziggehouden met wetenschappelijk onderzoek op...

Meer over Cindy de Waard >
Bekijk website van de auteur >