Depressie komt niet door ‘chemische onbalans’

Het idee dat depressie komt door een tekort aan de stof serotonine in de hersenen was het vliegwiel voor de miljarden euro’s opleverende SSRI’s (serotonineheropnameremmers). Maar deze theorie is nooit bewezen, en inmiddels is bewezen dat ze niet klopt. Het blijkt dat depressie meer te maken heeft met de activiteit van hersencellen en met name de zogeheten excitatoire verbindingen. Bij mensen met een depressieve stoornis is de normale
hersenactiviteit verminderd, waardoor ze zich minder goed kunnen concentreren, hun geheugen minder goed werkt en ze minder goed beslissingen kunnen nemen. Dat zegt professor Scott M. Thompson van de medische faculteit van de universiteit van Maryland. Aangezien serotonine de communicatie tussen hersencellen kan versterken, namen onderzoekers ten onrechte aan dat een tekort aan serotonine de oorzaak van depressie was. Zo werd de SSRI-industrie gelanceerd met grote merken als Prozac, Zoloft en Celexa. In plaats van geneesmiddelen die het serotoninegehalte
bevorderen, zou de farmaceutische industrie zich beter kunnen richten op een verbetering van de communicatie tussen hersencellen, aldus Thompson.