dieren

Dierproeven: een hoop leed dat bijna niets oplevert

Ten behoeve van medisch onderzoek zijn in 2005 alleen al in het Verenigd Koninkrijk ongeveer drie miljoen proeven op dieren uitgevoerd. Nieuw onderzoek wijst erop dat al dit lijden voor het merendeel onnodig is geweest.
Onderzoekers bekeken zes verschillende dieronderzoeken en vonden dat de resultaten in geen enkel geval bij de mens herhaald konden worden. Volgens twee van deze dierexperimenten, bijvoorbeeld, hielpen corticosteroïden bij verwondingen aan het hoofd, maar toch hadden die geen enkel gunstig effect wanneer ze op mensen werden uitgetest. Ook bleek een geneesmiddel voor het hart dat bij dieren effectief was gebleken, bij de mens de toestand alleen maar te verergeren.
Het onderzoeksteam van de London School of Hygiene and Tropical Medicine vond ook dat veel dierstudies slecht waren opgezet en dat de meeste zich niets aantrokken van de meest fundamentele parameters voor een fatsoenlijke wetenschappelijke toetsing. Hun rapport wijst op het zeer voor de hand liggende gegeven dat de biologische verschillen tussen mens en dier vaak zo groot zijn dat geen enkele uitkomst eigenlijk iets zegt.
Intussen blijven groepen als FRAME (Fund for the Replacement of Animals in Medical Experiments) en in Nederland Proefdiervrij zich beijveren wetenschappers ertoe over te halen in plaats van levende dieren gebruik te maken van organen, weefsel en cellen die in het laboratorium worden gekweekt of zelfs van wiskundige modellen. Ook de meeste geneesmiddelenfabrikanten zijn het erover eens dat dierproeven zinloos zijn, maar zij stellen dat die proeven toch gedaan moeten worden omdat ze nodig zijn om een officiële vergunning voor een geneesmiddel te krijgen.9
9 BMJ, 2007; 334: 197-200