Een bekend verhaal: duurder, maar niet beter

Zijn de gezondheidsautoriteiten in de VS en Groot-Brittannië opnieuw bij de neus genomen met de belofte van een ‘nieuwe generatie’ geneesmiddelen die nog beter en effectiever zijn?
De atypische antipsychotica, die bedoeld zijn om schizofrenie en bipolaire stoornis (manische depressie) te behandelen, werden geïntroduceerd in 1990. Ze werden toen door de farmaceutische bedrijven enthousiast aangekondigd als effectiever en veiliger dan de gangbare antipsychotica.
Het gevolg was dat geneesmiddelen als Seroquel, Zyprexa en Risperdal voor veel psychotische stoornissen de allereerste behandeling zijn geworden, waarmee ze voor de fabrikanten een omzet van circa 10,5 miljard dollar per jaar genereren.
Maar een belangrijke studie, de Clinical Antipsychotic Trials of Intervention Effectiveness (CATIE), heeft nu duidelijk gemaakt dat de atypische antipsychotica niet effectiever zijn dan de oude antipsychotica, terwijl ze wel zo’n 30 procent duurder zijn.
En de atypische middelen zijn ook niet veiliger. Tot dusver heeft Eli Lilly, dat Zyprexa maakt, een schikking getekend voor een bedrag van 690 miljoen dollar. Dit bedrag wordt uitbetaald aan 8000 eisers die het bedrijf hebben aangeklaagd omdat zij door dit geneesmiddel diabetes hebben gekregen.
Maar hoe heeft Lilly het dan voor elkaar gekregen dat dit product is goedgekeurd? Er doen allerlei verhalen de ronde dat Amerikaanse overheidsambtenaren steekpenningen van de fabrikant hebben gekregen en dat er veiligheidsrapporten zijn weggemoffeld.
Wat we in elk geval zeker weten is dat de farmaceutische bedrijven de enige winnaars zijn in een tactische strijd die meer dan honderd miljard dollar heeft opgeleverd aan omzet van atypische antipsychotica.8
8 Am J Psychiatry, 2006; 163: 2080-2089