Zwangerschapshormoon werkt bij vrouwen anders dan bij dieren

Menselijke zwangerschap is vergeleken met andere zoogdieren ongewoon lang en gevaarlijk. Dat heeft volgens de Amerikaanse onderzoekers Vincent Lynch en collega Mirna Marinic mogelijk iets te maken met de evolutie van één specifiek gen.

Progesteron

In de zoogdierbiologie speelt het hormoon progesteron tijdens de zwangerschap een belangrijke rol. Dit hormoon reguleert bijna elk aspect van de vrouwelijke voortplanting. Wanneer progesteron in contact komt met een van de bijbehorende receptoren (cellen die gespecialiseerd zijn in het opnemen van en reageren op specifieke prikkels) activeert het processen waardoor een zwangerschap niet vroegtijdig wordt afgebroken, bijvoorbeeld door ontsteking of samentrekking van de baarmoeder te voorkomen. Vincent Lynch en Mirna Marinic onderzochten de evolutie van één specifiek gen dat vrouwen helpt zwanger te blijven: het progesteronreceptorgen. Bij de mens is dit gen op een unieke manier geëvolueerd, zo blijkt uit hun onderzoek.

Anders dan dierlijk gen

De onderzoekers baseerden hun resultaten op een dataset van meer dan honderd progesteronreceptorgenen afkomstig van een breed scala zoogdieren, variërend van dolfijnen tot primaten, waaronder archaïsche mensachtigen zoals Neanderthalers en Denisovamensen.

De onderzoekers constateren dat het menselijke gen dat instrueert hoe de progesteronreceptoren worden gemaakt duidelijk verschillen van het dierlijke gen. De onderzoekers vonden geen bewijs van positieve selectie, zoals in de evolutie vaak gebruikelijk is. Het lijkt zelfs volgens hen zelfs erop dat het omgekeerde het geval is: tijdens een zwangerschap van de mens is er een ongelooflijke hoeveelheid progesteron in de buurt en toch doet het gen zijn werk minder goed. Daarom suggereren zij om voorzichtig te zijn in de toepassing van diermodellen in studies naar de progesteronbiologie van mensen.

De onderzoekers erkennen dat zij geen andere celtypes hebben onderzocht die reageren op progesteron, alleen het progesteronreceptorgen. Toch denken ze dat hun resultaten consistent zullen zijn voor andere celtypen en in andere contexten dan louter de reproductie van de mens.

Bron: PLoS Genet. 2020 Apr 17;16(4):e1008666