Een op vijf borstkankergevallen klopt niet

Een op de vijf vrouwen die te horen krijgen dat ze borstkanker hebben, hebben de ziekte helemaal niet.  Ze hebben slechts het voorstadium van borstkanker, DCIS: ductaal carcinoom in situ. Maar door de foute diagnose krijgen de vrouwen een operatieve ingreep of bestraling alsof het kanker is. 
De behandeling maakt dus niet uit voor de kans dat vrouwen aan borstkanker overlijden, en artsen moeten anders gaan kijken naar DCIS, blijkt uit nieuw onderzoek.
Van de ‘kankergevallen’ die bij routinematig borstonderzoek (mammografie) ontdekt worden, is 20 procent DCIS, dat zich zelden ontwikkeld tot agressieve borstkanker.  Onderzoekers van het Women’s College Ziekenhuis in Toronto volgden de gezondheid van 108.000 vrouwen die voor hun zeventigste de diagnose DCIS hadden gekregen. Ze ontdekten dat 3,3 procent van hen 20 jaar daarna aan borstkanker was overleden.
Degenen die invasieve borstkanker (de kwaadaardige soort) in dezelfde borst terugkregen, hadden 18 keer zoveel kans aan borstkanker te overlijden als degenen bij wie het niet terugkwam. Een borstbesparende operatie met bestraling, of een borstamputatie verminderden de kans dat de kanker binnen 10 jaar terugkwam, maar het verminderde niet de kans dat iemand aan borstkanker overleed.
DCIS moet anders behandeld worden en vrouwen moeten niet routinematig bestraling krijgen, zeggen de onderzoekers.
Bron: JAMA Oncology, 2015; doi: 10.1001/jamaoncol.2015.2510