eHealth, zegen of vloek

Tegenwoordig kunt u op verschillende manieren uw gezondheid monitoren. Door middel van sporthorloges, armbanden of apps op de mobiele telefoon krijgt u inzicht in uw slaappatroon, bloeddruk, bewegingspatroon en voedingsgewoonten. Deze gegevens kunt u zelf analyseren, maar er komen tegenwoordig ook steeds meer toepassingen beschikbaar in de gezondheidszorg. Hoe ziet de toekomst van eHealth er uit? En worden we er gezonder van?

De ‘wearables’ zijn de laatste jaren erg in opkomst. Apparaten die u kunt gebruiken om zelf allerlei gezondheidsdata vast te leggen, zoals horloges die tevens de hartslag bijhouden of een app die via uw telefoon uw slaappatroon volgt. Het gros van de mensen gebruikt wearables als manier om hun eigen gezondheid te monitoren of te verbeteren. Het blijkt voor een groep mensen bijvoorbeeld erg motiverend te werken om meer te gaan bewegen door het aantal stappen dat dagelijks gezet wordt te tellen of een hardlooprondje te delen met een groep mede-hardlopers.

Zelfmonitoring van de gezondheid gaat een stap verder als de techniek toegepast wordt in de behandelkamer van een zorgverlener. Het aanbieden en gebruiken van online hulpverlening neemt zowel in Nederland als wereldwijd toe. De belangrijkste reden hiervan is het drukken van de stijgende kosten van gezondheidszorg. Voor gebruikers van online hulpverlening heeft het als voordeel dat hij of zij minder vaak naar het ziekenhuis of de zorgverlener hoeft. Verder zijn er aanwijzingen dat mensen online makkelijker en openhartiger praten dan in de behandelkamer. Dit heeft als voordeel dat de behandelaar beter op de hoogte is van uw situatie en u beter advies op maat krijgt.

Er bestaan verschillende vormen van online hulpverlening. Er kan online signalering plaatsvinden waarbij door middel van het invullen van online vragenlijsten die aangeboden worden door een zorgverlener, ingeschat kan worden hoe groot het risico is op een bepaalde aandoening. Op basis van deze informatie kan aanvullende therapie ingezet worden. Een voorbeeld hiervan is een online vragenlijst voor patiënten met een burn-out om te bepalen of er tevens sprake is van een depressie. Ook het meten van fysiologische waarden behoort tot de mogelijkheden. Door thuis geregeld uw hartslag of bloedsuiker te meten en deze informatie door te sturen naar de behandelend arts kan hij of zij uw gezondheid op afstand en tussentijds monitoren. Naast deze relatief eenvoudige metingen om uw fysieke gezondheid in de gaten te houden, komt online psychologische hulpverlening steeds vaker voor. Het aanbieden van online psychologische hulp kan op drie verschillende manieren. Via zelfhulpprogramma’s waarbij er geen direct contact is met een zorgverlener, begeleide zelfhulp waarbij u zelf bepaalt of u aanvullend contact wilt met een hulpverlener, en via online behandelingen waarbij er direct een-op-een contact is met de zorgverlener, bijvoorbeeld wanneer een consult via videochat plaatsvindt.(1) Onderzoek laat zien dat online psychologische behandelingen net zo effectief kunnen zijn als een behandeling in de spreekkamer. Bij het volgen van zelfhulpprogramma’s zonder persoonlijke begeleiding zijn de effecten van de behandeling over het algemeen wel kleiner. U ziet, een scala aan mogelijkheden en de ontwikkelingen staan niet stil.

Ontwikkelingen laatste jaren

Het onderzoek naar online hulpverlening richtte zich de eerste tijd op de geestelijke gezondheidszorg. Met name naar online behandeling van angststoornissen, verslaving, depressie en burn-out is onderzoek gedaan. Inmiddels wordt er een inhaalslag gemaakt in de huisartsen- en ziekenhuiszorg, bijvoorbeeld met het aanbieden van online monitoring van de hartfunctie door de cardioloog. Soortgelijke initiatieven zijn ook terug te vinden op de afdelingen nierziekten en longziekten. In mindere mate reikt eHealth tot in de spreekkamer van de huisarts. Ontwikkelingen zijn er wel, zoals een kort emailconsult, het plannen van een afspraak of het digitaal aanvragen van een herhalingsrecept. Momenteel wordt er op kleine schaal geëxperimenteerd met video-consulten. Naast behandeling vindt er online ook steeds vaker coaching plaats. Door het online bijhouden van uw voedingspatroon, kan een diëtist bijvoorbeeld gericht en persoonlijke advies geven. Of via een app op uw telefoon krijgt u tijdens werkdagen iedere 2 uur een korte oefening in mindfulness aangeboden om uw stressniveau onder controle te houden.

Voorstanders van eHealth geven aan dat het kan helpen om de consument of patiënt de regie over de eigen gezondheid terug te geven. Door zelf uw gezondheid in de gaten te houden, hoeft u mogelijk niet meer voor ieder kwaaltje naar de huisarts. Hierdoor voelen mensen zich ook minder patiënt. Door de lancering van de website Thuisarts.nl is het aantal huisartsbezoeken bijvoorbeeld afgenomen. Verder geven huisartsen aan dat patiënten via zelfmeten mogelijk ook meer betrokken zijn. De digitalisering van metingen en het online delen van informatie met de zorgverlener biedt mogelijkheden voor een persoonlijk behandelplan. Door regelmatig gegevens te delen met de behandelend arts, krijgt hij of zij een beter beeld van uw gezondheidsontwikkeling gedurende de tijd. In plaats van iedere 6 maanden een bloeddruk op te nemen in de huisartspraktijk, geeft een wekelijkse thuismeting een beter beeld bij mensen met een hoge bloeddruk en dus ook een betere behandeling.

U kunt zich voorstellen dat bij de ontwikkeling van eHealth-toepassingen voor in de behandelkamer vele partijen betrokken zijn. Zowel patiënten als zorgverleners moeten het nut van een toepassing zien. Daarnaast zijn er ontwikkelaars nodig om de apps of computerprogramma’s te maken. Wetenschappers moeten vervolgens onderzoeken of de apps effectief zijn en inderdaad bijdragen aan de gezondheid van de patiënt. Om al deze mensen samen te brengen is op initiatief van het Leids Universitair Medisch Centrum het National eHealth Living Lab (NeLL) opgericht. Een organisatie waar al deze mensen en organisaties samenwerken om van eHealth een effectief en geïntegreerd onderdeel van de zorg te maken. U kunt daar overigens ook zelf uw bijdrage aan leveren door u aan te melden bij het NeLL Netwerk (www.nell.eu).

Feiten en cijfers
Het Nictiz, het expertisecentrum voor eHealth, doet uitgebreid onderzoek naar de beschikbaarheid en gebruik van zelfmeetapparaten en apps. In 2017 gebruikte 22 procent van de Nederlanders een activiteitenmeter en hield 12 procent van de volwassenen digitaal het eetpatroon bij. Ongeveer 13 procent meet zelf bepaalde gezondheidswaarden, zoals bloeddruk of hartslag. Maar 4 procent van de gebruikers deelt deze gegevens ook met de (huis)arts. Het is momenteel een trend om zelf zoveel mogelijk de gezondheid in de gaten te houden. Daarmee zijn de meeste gebruikers van apps geen patiënt, maar een consument.

Wat zeggen de experts?

Ondanks dat de mogelijkheden met eHealth eindeloos lijken, en er veel gewezen wordt op de voordelen ervan, zijn er ook kanttekeningen te plaatsen. Dit geldt zowel voor toepassingen die consumenten gebruiken als toepassingen in de behandelkamer.
In de appstores zijn honderdduizenden gezondheidsapps te downloaden. Experts, waaronder Annemarie Braakman van de Universiteit Twente, waarschuwen echter dat deze apps vaak niet zo nauwkeurig zijn. Daarbij komt dat het meten van iets, bijvoorbeeld de hartslag, nog niet betekent dat deze data ook juist geïnterpreteerd wordt. De meeste apps doen namelijk niets aan coaching. Wat betekent het om een hartslag van 100 slagen per minuut te hebben? De interpretatie van de data kan verkeerd zijn, waardoor de gebruiker ten onrechte het gevoel krijgt (on)gezond te zijn. Ook wat betreft de privacy zien experts gevaren. Gezondheidsapps verzamelen vaak veel gegevens van de gebruiker en het is niet altijd duidelijk wat er met deze informatie gedaan wordt of waar deze terecht komt.(2)

Ook bij toepassing in de gezondheidszorg valt er winst te behalen. Hoogleraar eHealth Niels Chavannes van het Leids Universitair Medisch Centrum geeft aan dat niet van alle toepassingen bewezen is dat ze iets toevoegen aan de zorgverlening. Experts pleiten voor gedegen wetenschappelijk onderzoek vóórdat een online behandeling ingevoerd wordt. Een besluit om een behandeling al dan niet aan te bieden zou gebaseerd moeten zijn op kennis over de effecten van de behandeling, de tevredenheid van de patiënt en de kosten van de online hulp. Uiteraard dient dit te worden vergeleken met de offline behandeling. Idealiter zou een patiënt na een online behandeling even tevreden of zelfs tevredener moeten zijn over de behandeling, omdat bij een teleurstelling er mogelijk weerstand ontstaat tegen een andere therapievorm.(1)

Er zijn ook nadelen rondom online behandelmethodes denkbaar. Aan de ene kant kan anonimiteit er voor zorgen dat mensen makkelijker praten over hun gezondheidsklachten. Doordat de patiënt echter niet meer tegenover de behandelaar zit, is er een grotere kans op miscommunicatie bijvoorbeeld doordat de behandelaar geen, of minder goed, lichaamstaal kan lezen. eHealth vraagt daarom een andere scholing van gezondheidsprofessionals.
Naast de beperkingen op menselijk vlak zijn er technische nadelen mogelijk. Hoe goed kan uw privacy gewaarborgd worden en wie heeft inzage in de data? Dit laatste geldt natuurlijk helemaal als er gebruik gemaakt wordt van verschillende gezondheidsapps die aangeboden worden door bedrijven en waarbij er geen zorgprofessional betrokken is.(3)

Keurmerk voor gezondheidsapps
In 2012 lanceerde het Trimbos-instituut de Onlinehulpstempel: een keurmerk waaruit bleek dat een online hulprogramma voldeed aan kwaliteitseisen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op het gebied van inhoud en veiligheid. Dit keurmerk is in 2018 echter afgeschaft, omdat er te weinig gebruik van werd gemaakt en de kosten te hoog werden. Toch lijkt er een behoefte aan een keurmerk te bestaan. In april dit jaar opperde de VVD om een online bibliotheek te ontwikkelen van betrouwbare gezondheidsapps. Het belang hiervan wordt ook gezien door de Europese Commissie. In 2019 is een internationale projectgroep opgezet om de kwaliteit van gezondheidsapps meetbaar te kunnen maken en standaarden te formuleren. In de toekomst moet het daarom voor de consument makkelijk worden om betrouwbare apps of eHealth toepassingen te selecteren.

Waar kunt u op letten?

Als u een gezondheidsapp wilt gaan gebruiken of een online behandeltraject wilt ingaan, zijn er een aantal zaken waar u op
kunt letten. In de eerste plaats is het verstandig u te vergewissen van de bron. Wie heeft de app gemaakt of opdracht gegeven tot de ontwikkeling van de app? Deze informatie vindt u terug in de Appstore bij de ontwikkelaar. Neem eens een kijkje op de website van de ontwikkelaar, zodat u een idee krijgt waar het bedrijf zich verder nog mee bezighoudt. Betrouwbare apps maken daarnaast ook melding van samenwerking met gerenommeerde instanties. Een app zoals ‘Moet ik naar de dokter?’ is ontwikkeld in samenwerking met huisartsen en wordt goedgekeurd door het Nederlandse Huisartsen Genootschap. U weet dan dat de informatie in de app betrouwbaar is.

Let goed op welke maatregelen er zijn om uw privacy te beschermen. Worden gegevens versleuteld verstuurd? En naar wie? Komen de gegevens bij uw zorgverlener terecht of deelt u uw informatie met grote bedrijven zoals zorgverzekeraars, Google en Fitbit? Tot welke informatie op uw telefoon of computer krijgt de app toegang? Deze informatie kunt u terugvinden in de privacyverklaring en toestemming- of permissionsectie van de app, en staat ook aangegeven in de appstore en op de website van de ontwikkelaar.
Als u gezondheidsklachten heeft, is het aan te raden om vóór gebruik van een app of programma te overleggen met uw zorgverlener. Mogelijk maakt hij of zij al gebruik van een betrouwbare methode en kan u van advies voorzien.

Concluderend

We kunnen niet meer om de toepassing van eHealth heen. Bij juist gebruik heeft zowel de zorgverlener als de patiënt baat bij het gebruik ervan. De zorgverlener krijgt een beter beeld van de gezondheid van de patiënt en de patiënt kan zichzelf tijd besparen door minder ritjes naar de behandelkamer. Daarbij komt de toepassingen van een behandelplan op maat weer een stap dichterbij. Het is echter van belang dat er kritisch gekeken blijft worden naar het doel van het gebruik van eHealth. Hoogleraar Chavannes verwoordt het treffend: “eHealth dient een ondersteuning te zijn voor zorg en ziektemanagement, geen doel op zich. Zeker niet als bezuinigingsdoel voor minder patiëntcontact.”(4)

De consumentenmarkt voor eHealth behoeft andere aandacht. Hoe kunnen metingen betrouwbaarder gemaakt worden en op welke manier kan de interpretatie van de metingen begrijpelijker en toegankelijker gemaakt worden voor de gebruiker? Daarnaast gaat privacy een steeds grotere rol van betekenis spelen.
Het is evident dat eHealth voordelen kan hebben voor zowel consument als patiënt. Richtlijnen zijn echter nodig voor een goede en veilige implementatie, zodat u inderdaad weer de regie over uw eigen gezondheid kan nemen.

Literatuur
1 Blankers M, Donker T, Riper H, Schalken F. Effectiviteit van online hulpverlening. In: Handboek online hulpverlening [Internet]. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2013 p. 29–33.
2 “Gezondheidsapps zijn nu nog niet zo goed, maar hebben zeker toekomst” | RTL Nieuws https://www.rtlnieuws.nl/gezondheid/artikel/3825316/gezondheidsapps-zijn-nu-nog-niet-zo-goed-maar-hebben-zeker-toekomst
3 E-mental health in Nederland. Available from: https://www.researchgate.net/publication/286181895_E-mental_health_in_Nederland
4 Nieuwe hoogleraar Huisartsgeneeskunde zet zich in voor eHealth | LUMC [Internet]. [cited 2019 Jul 20]. Available from: https://www.lumc.nl/over-het-lumc/nieuws/2015/januari/Nieuwe-hoogleraar-Huisartsgeneeskunde-zet-zich-in-voor-ehealth/