Het getal van Dunbar klopt niet, stelt een nieuwe studie

Het getal van Dunbar (dat is de naam van een invloedrijk axioma van de Engelse antropoloog Robin Dunbar) suggereert dat de gemiddelde persoon maximaal ongeveer 150 stabiele sociale relaties met andere mensen kan onderhouden. Maar hoe legitiem is de wetenschap achter Dunbars getal eigenlijk?

Volgens een nieuwe analyse van onderzoekers van de Universiteit van Stockholm in Zweden is de theoretische basis van Dunbars getal wankel. Dunbar baseerde zijn theorie op de idee dat bij primaten het volume van de neocortex, het gebied in de hersenen dat onder meer is betrokken bij zintuigelijke waarnemingen en bewuste bewegingen, functioneert als een beperking van de grootte van de sociale groepen waarin primaten zich bewegen.

Een aantal studies in de decennia daarna steun bood aan Dunbars ideeën. De nieuwe Zweedse studie ontkracht echter het uitgangspunt dat de neocortexgrootte van primaten ook kan worden doorgetrokken naar menselijke socialisatieparameters.

In hun studie gebruikten de Zweedse onderzoekers moderne statistische methoden om nog eens te kijken naar actuele datasets over primatenhersenen en de relatie tussen groepsgrootte en hersenen/neocortexgroottes in deze primatenhersenen.

De resultaten suggereerden dat stabiele menselijke groepsgroottes uiteindelijk veel kleiner zouden moeten zijn dan 150 individuen, waarbij één analyse suggereerde dat maximaal 42 individuen de gemiddelde limiet zouden kunnen zijn en andere schattingen varieerden tussen groepen van 70 tot 107.

De onderzoekers constateerden dat een groot deel van het onderzoek naar sociale evolutie van primaten zich richt op sociaalecologische factoren, waaronder foerageren en seksuele selectie, en niet zozeer op studieresultaten die afhankelijk zijn van hersenen of neocortexvolume.

Verder stellen de onderzoekers dat Dunbars getal significante verschillen in hersenfysiologie tussen menselijke en niet-menselijke primatenhersenen negeert. Mensen ontwikkelen immers culturele mechanismen en sociale structuren die sociaal-cultureel beperkende factoren kunnen tegengaan, wat niet zou gebeuren bij niet-menselijke primaten. Daarom kan er volgens de onderzoekers geen harde cognitieve limiet zijn voor menselijke socialiteit. Zij hopen dan ook dat deze studie een einde zal maken aan het gebruik van Dunbars getal binnen de wetenschap en in populaire media.

Bron: Biol. Lett.1720210158