Is het drinken van A1 of A2 melk gezonder?

Wie last heeft van spijsverteringsklachten bij gewone melk, kan A2 melk proberen. Er is steeds meer bewijs dat A1 melk verschillende klachten kan geven. Denk hierbij ook aan ziekten als diabetes, autisme, hartziekten.

Dit concludeert voedingskundige Juglen Zwaan op aHealtyLife.nl. A1 bèta-caseïne kan ontstekingen in het spijsverteringssysteem aanwakkeren, suggereren dierstudies en humane studies. Ongeveer 80 procent van het eiwitgehalte bestaat uit caseïne. De overige 20 procent is wei-eiwit.

Rassen

Melk kent verschillende soorten caseïne. Een van de meest voorkomende is bèta-caseïne, bestaande uit dertien verschillende vormen. A1 melk van Noord-Europese rassen bevat zowel A1 als A2 bèta-caseïne. A2 melk komt van koeien die voorkwamen op de Kanaaleilanden en Zuid-Frankrijk. Het gehalte A2 bèta-caseïne is daarin hoog, maar het bevat geen A1 bèta-caseïne.

Spijsvertering

Hoewel het lactosegehalte hetzelfde is bij A1 en A2 melk, ondervinden mensen minder gevoel van opgeblazenheid na het drinken van A2 melk. Volgens studies zijn het juist andere bestanddelen dan lactose die zorgen voor de spijsverteringsklachten, zoals bepaalde eiwitten.

Daarnaast zijn er studies die een verband suggereren tussen A1-bètacaseïne en diabetes, hartziekten, autisme en wiegendood. Dit zou te maken hebben dat bij de vertering van het A1-eiwit bèta-casomorfine-7 (BMC-7) vrijkomt, een opioïde peptide. Dit zijn korte ketens van aminozuren die zich binden aan de opioïde receptoren van de hersenen. Opioïde peptiden kunnen het resultaat zijn van onvoldoende verteerd zuiveleiwit oftewel casomorfinen. Bij A2 melk komt BMC-7 niet vrij.

Bij veel onderzoeken zijn resultaten echter nog niet eenduidig en is meer onderzoek vereist. Het proberen van A2 melk kan echter geen kwaad, stelt Zwaan.

Bron: aHealtyLife.nl