Moeders van autistische kinderen hebben andere metabolietniveaus

Nieuw Amerikaans onderzoek van een multidisciplinair team van het Rensselaer Polytechnic Institute, de Arizona State University en de Mayo Clinic toont aan dat moeders van kinderen met het autisme spectrum stoornis (ASS) twee tot vijf jaar na de bevalling aanzienlijk andere metabolietniveaus hebben dan moeders van zich gewoon ontwikkelende kinderen.

Onderzoekers analyseerden bloedmonsters van 30 moeders van wie de kinderen waren gediagnosticeerd met ASS en 29 moeders met kinderen die zich op een normale manier ontwikkelden. Op het moment dat de monsters werden genomen, waren de kinderen tussen de 2 en 5 jaar oud.

De onderzoekers konden uiteindelijk de verschillen in metabolietniveaus verdelen in vijf subgroepen van correlerende metabolieten. Veel van de variaties waren volgens de onderzoekers gekoppeld aan lage niveaus van foliumzuur, vitamine B12 en moleculen die samenhangen met carnitine. Carnitine kan worden geproduceerd door het lichaam en afkomstig zijn van vleesbronnen, zoals varkensvlees of rundvlees. De onderzoekers vonden echter geen correlatie tussen moeders die meer vlees aten en moeders die hogere niveaus van carnitine hadden. Deze bevinding suggereert volgens de onderzoekers dat de verschillen verband kunnen houden met hoe carnitine wordt gemetaboliseerd in de lichamen van sommige moeders.

De gebruikte bloedmonsteranalyse bleek verder zeer nauwkeurig in de voorspelling tot welke groep een moeder behoorde. Dat suggereert volgens de onderzoekers dat het mogelijk is om een bloedtest te ontwikkelen waarmee moeders gescreend kunnen worden op een hoger risico op een kind met ASS.

Bron: BMC Pediatrics 2020; 557