Paracetamol tijdens de zwangerschap verhoogt mogelijk het risico op ASD en ADHD

Een recente Amerikaanse studie suggereert dat zwangere vrouwen die paracetamol slikken mogelijk een grotere kans hebben om een kind met ADHD of een stoornis in het autismespectrum (ASD) te krijgen.

De onderzoekers van de Johns Hopkins School of Public Health uit Baltimore concludeerden uit testen met bloed uit de navelstreng dat foetussen die waren blootgesteld aan paracetamol een verhoogde kans hebben om een ontwikkelingsstoornis te ontwikkelen. Dit is verrassend, omdat paracetamol ook voor zwangere vrouwen gewoonlijk als veilig wordt beschouwd.

Uitkomsten

De onderzoekers bestudeerden data van 996 moeder-babyparen die van 1 oktober 1998 tot 30 juni 2018 door het Boston Medical Center werden gevolgd. Van deze groep had ongeveer 26 procent van de kinderen ADHD. Bijna 7 procent had autisme en ongeveer 4 procent had zowel ADHD en autisme. Dertig procent kende andere vormen van ontwikkelingsproblemen en 33 procent ondervond geen problemen in de ontwikkeling.

Verband niet zeker

Twee eerdere studies1 identificeerden ook al een verhoogd risico op gedragsproblemen door paracetamol. Gecombineerd met deze eerdere studies lijkt de bewijslast tegen paracetamol toe te nemen. Het is echter nog te vroeg om te zeggen dat het verband zeker is. Zowel autisme als ADHD zijn complexe ontwikkelingsstoornissen die door een veelheid aan factoren worden veroorzaakt. Probeert u zwanger te worden of bent u zwanger, dan is het sowieso verstandig om met uw arts de risico’s en voordelen van paracetamol te bespreken.

JAMA Psychiatry. 2019 Oct 30:1-11