Pijnstillers: waarom medicijnen als acupunctuur gewoon werkt?

Als al die NSAID’s nou maagbloedingen geven en de varianten (COX-2) die dat niet doen leiden tot hartproblemen, is er dan nog hoop? Kom maar voor het voetlicht, acupunctuur! Deze methode voor pijnstilling wordt in de traditionele Chinese geneeskunst al zo’n duizend jaar gebruikt.
In december vorig jaar gaf de westerse geneeskunde eindelijk toe dat acupunctuur werkt. Bij twee afzonderlijke trials concludeerden de onderzoekers dat acupunctuur een effectieve pijnbestrijder was voor mensen met nekpijn en een effectieve behandeling tegen osteoartritis.
Bij het eerste trial werd acupunctuur vergeleken met elektrostimulatie van de acupunctuurpunten bij een groep van 135 patiënten met nekpijn. In de acupunctuurgroep werd een ‘statistisch significante’ afname gemeld van de nekpijn1. ‘Op de lange termijn moeten we achter het werkingsmechanisme zien te komen van zo’n veilige methode die zo effectief is,’ aldus dr. George Lewith van de universiteit van Southampton. Tevens is vastgesteld dat acupunctuur een effectieve behandeling vormt voor osteoartritis. Een groep van 570 patiënten met osteoartritis van de knie werd behandeld met ofwel 26 acupunctuurbehandelingen, ofwel een ‘placebo’-behandeling in de vorm van acupunctuur zonder dat de naalden werden ingebracht, ofwel voorlichting over een gezondere levensstijl. Aan het eind van de trial hadden de proefpersonen uit de acupunctuurgroep minder pijn en waren ze mobieler geworden dan de personen uit de twee andere groepen2. ‘Deze uitkomst is in feite vergelijkbaar met de resultaten van onderzoeken die we al sinds elf jaar doen,’ was het commentaar van de hoofdonderzoeker dr. Brian Bergin, directeur van het Center for Integrative Medicine van de universiteit van Maryland.
Ondertussen kelderden de aandelen van Pfizer, ‘s werelds grootste farmaceutische bedrijf, nadat het nieuws over problemen met hun COX-2-selectieve middel Celebrex eindelijk tot de financiële wereld was doorgedrongen.
1Ann Int Med, 2004; 141: 911-919
2Ann Int Med, 2004; 141:901-910