Pijnstillers: zit het meer tussen de oren dan we denken?

Het is algemeen bekend dat pijnstillers als paracetamol en NSAID’s snel werken tegen pijn bij osteoartritis. Maar klopt dat wel? Deze zeer basale medische handelwijze is door verschillende recente onderzoeken in twijfel getrokken. Telkens bleek dat beide pijnstillers minder effectief zijn dan we dachten.
Het meest verbazend was het effect, of gebrek daaraan, van paracetamol. Dat dit middel pijnstillend werkt, wordt al zeer lang zonder twijfel aangenomen. Maar bij een vergelijking van het effect ervan met een placebo bij mensen met ontsteking van het kniegewricht, meldde in beide groepen 52 procent afname van hun pijn4.
Evenzo bleek dat de proefpersonen die een lokale crème met een NSAID aanbrachten op het gewricht waar ze osteoartritis hadden, geen beter lot beschoren was dan hen die een placebo opsmeerden5.
Anders bekeken werkt een placebo dus even goed als elk ander middel. Dat betekent dat suggestie wel eens een heel goede pijnstiller zou kunnen zijn. Die theorie wordt ondersteund door een onderzoek met veertig patiënten met reumatoïde artritis bij wie de pijn afnam door meditatie. Zij leerden een methode van mediteren die mindfulness-meditatie wordt genoemd. Daarbij wordt extra gelet op de ademhaling. Wanneer de proefpersonen hun stress hiermee aanpakten, nam ook hun pijn af, zo concludeerden de onderzoekers6.
4Ann Rheum Dis, 2004; 63: 923-930
5Br Med J, 2004; 329: 324-326
6MSNBC Report, 13 september 2004

 

Eet salades, maar ban vet niet uit
Een recent Amerikaans onderzoek wijst uit dat aan rauwe groenten een geringe hoeveelheid vet moet worden toegevoegd om ze goed te kunnen opnemen.
Men liet een kleine groep gezonde proefpersonen salades van rauwe groenten eten met dressings die geen vet bevatten. Het bleek dat alfacaroteen, bètacaroteen of lycopeen dan niet werden opgenomen; dit zijn antioxydanten die het lichaam tegen kanker en hartaandoeningen beschermen.
De proefpersonen aten drie verschillende salades bestaande uit rauwe spinazie, sla, cherrytomaten en worteltjes, bij drie afzonderlijke gelegenheden. De salades waren achtereenvolgens aangemaakt met vetvrije dressing, met vetarme dressing (6 gram vet) en met volvette dressing (28 gram vet).
Bij de vetvrije dressing werden de carotenoïden vrijwel niet opgenomen. Bij de vetarme nam die opname toe; bij de volvette dressing nam ze nog meer toe7.
Carotenoïden zijn oplosbaar in vet, dat betekent dat ze absoluut niet door het lichaam kunnen worden opgenomen als er geen vet aanwezig is. De bevindingen van het onderzoek wijzen erop dat u geringe hoeveelheden vette substantie in de vorm van kaas, vlees of andere vetbronnen zoals vethoudende dressings aan de salades moet toevoegen om er maximaal profijt van te hebben. Maar volg hierbij de gulden middenweg: vet met mate.
De uitkomsten van het onderzoek gelden niet voor gekookte groenten. Uit onderzoek blijkt dat carotenoïden gemakkelijker worden opgenomen als de groenten even zijn gekookt en dat, zelfs zonder vet, groenten leveranciers zijn van andere belangrijke substanties zoals vezelstoffen, vitamine C en folaat.
7Am J Clin Nutr, 2004; 80: 396-403.