Slechtziend? Dat kan komen door een gebrek aan zonlicht

Een gebrek aan zonlicht is een van de belangrijkste oorzaken van myopie (bijziendheid), heeft een belangrijke recente studie aangetoond.

Hoewel 161 genetische factoren een rol spelen bij bijziendheid – de op dit moment meest voorkomende oogaandoening – is een gebrek aan zonlicht, vooral in onze jeugd, een belangrijke factor, zeggen onderzoekers van de Johannes Gutenberg Universiteit in Mainz, Duitsland. ‘Laat uw kinderen elke dag twee uur buiten spelen,’ adviseert hoofdonderzoeker Norbert Pfeiffer.

Veel van de geïdentificeerde genetische factoren zijn betrokken bij het vermogen van het oog om licht te verwerken, zeggen de onderzoekers, die de ooggezondheid en genetische samenstelling van meer dan 250.000 deelnemers wereldwijd hebben geanalyseerd.

Hun onderzoek – dat het aantal genetische factoren waarvan bekend is dat ze bijziendheid veroorzaken verviervoudigt – bevestigt de huidige theorie dat de binnenste laag van het oog communiceert met de buitenste laag, waardoor de oogbol een langere lengte krijgt, en dit is een kritieke factor bij de ontwikkeling van bijziendheid. Er zijn twee belangrijke factoren die onze blootstelling aan zonlicht beïnvloeden: de geografische locatie en sociale activiteiten waarbij mensen, en met name jonge kinderen, langere tijd binnen blijven.

De toename van bijziendheid is het grootst in Zuidoost-Azië, ook al kent dit gebied meer natuurlijker zonlicht dan landen op het noordelijk halfrond. Maar hier heeft het afgelopen decennium ook een grote culturele verschuiving plaatsgevonden, waarbij meer kinderen naar school gaan en minder buiten spelen.

Bijziendheid wordt ook veroorzaakt door werkzaamheden van dichtbij, zoals het werken met een pc of smartphone, in slecht verlichte ruimten. Het oog past zich aan het slechte licht aan en de oogbol wordt langer, maar na verloop van tijd kan die te langwerpig blijven, waardoor het hoornvlies en de lens scherpstellen op een beeld vlak vóór het netvlies in plaats van direct op het object, waardoor objecten op afstand wazig lijken.

Bron: Nat Genet, 2018; 50: 834–48

Reacties