Veranderende hersenactiviteit in verband gebracht met tinnitus

Tinnitus wordt op dit moment niet gezien als een aparte aandoening, maar als een gevolg van bijvoorbeeld gehoorverlies, lawaai, ziekte of stress. Een objectieve methode om de diagnose tinnitus te stellen, is er nog niet. Onderzoekers van het Karolinska Institutet in Zweden laten nu in twee onderzoeken zien dat audiometrie van de hersenstam kan worden ingezet om veranderingen in de hersenen te meten bij mensen met constante tinnitus.

In de eerste studie volgden de onderzoekers gedurende tien jaar 20.349 mensen met tinnitus om inzicht te krijgen in de dynamiek tussen constante en incidentele tinnitus. Hieruit bleek dat mensen die af en toe last hebben van oorsuizen een hoger risico hebben om constante tinnitus te ontwikkelen, zeker als probleem vaker terugkeert. De studie toonde ook aan dat voor degenen die al constante tinnitus ervaren, de kans groot is dat deze niet meer zal verdwijnen. Daarom is het volgens de onderzoekers belangrijk om deze wetenschap te verspreiden, zodat mensen met incidentele tinnitus preventief kunnen handelen om erger te voorkomen.

Hoe mensen hun oorsuizen zelf ervaren, is op dit moment de graadmeter voor de ernst van tinnitus. In een vervolgonderzoek hebben de Zweedse onderzoekers nu aangetoond dat auditory brainstem responses (ABR) een mogelijk objectief hulpmiddel is om mensen met constante tinnitus te diagnosticeren. Zij analyseerden de reacties van 405 personen, 228 met tinnitus en 177 zonder, op verschillende geluidsstimuli. Bij mensen met constante tinnitus was in de hersenen een duidelijk verschil zichtbaar in vergelijking met mensen zonder tinnitus of mensen die hun tinnitus als incidenteel beoordeelden.

De ABR-methode meet volgens de onderzoekers de werkelijke neurale veranderingen in de hersenstam bij mensen met constante tinnitus en dat zou een toekomstige biomarker kunnen worden. Niet alleen is deze methode een erkenning voor patiënten, maar wellicht biedt het ook mogelijkheden om de ontwikkeling van nieuwe therapieën te bevorderen. Een van de onderzoekers van het Karolinska Institutet, Christopher R. Cederroth, zegt hierover op de website van het instituut: ‘Onze studie suggereert een causaal verband tussen veranderingen in de neurale activiteit van de hersenen en de ontwikkeling van constante tinnitus, maar we moeten nog meer studies doen om dit te verifiëren. We moeten ook bepalen of onze methode een therapeutisch voordeel kan geven.’

BRON: jci.org en Karolinska Institutet Nyheter