Wekelijkse danslessen helpen bij parkinson

Een kleinschalige studie laat zien hoe dansen op muziek verschillende symptomen van de ziekte van Parkinson beïnvloedt.

Mensen kunnen in de beginfase van parkinson last hebben van beven, stijfheid en moeite met lopen, balans en coördinatie. Naarmate de aandoening vordert, ontstaan ook problemen met spraak, geheugen en vermoeidheidsklachten.

Eerder onderzoek heeft gesuggereerd dat danslessen de loopsnelheid, balans en beweging bij mensen met parkinson kunnen verbeteren. De meeste van deze studies vonden echter plaats over korte periodes en maakten geen gebruik van standaardhulpmiddelen om de aandoening te diagnosticeren, zoals de Unified Parkinson’s Disease Rating Scale (UPDRS).

Daarom voerden onderzoekers van de York Universiteit in Canada onlangs een studie uit om te zien hoe wekelijkse dansoefeningen op de langere termijn motorische en niet-motorische symptomen van parkinson beïnvloeden. Zij ronselden hiertoe 16 mensen met een gemiddelde leeftijd van 69 met een milde vorm van parkinson. De deelnemers woonden tussen 2014 en 2017 wekelijkse danslessen van ruim 1 uur bij. De dansoefeningen omvatten aërobe en anaërobe bewegingen uit in verschillende dansstijlen, waaronder modern, ballet, tap en volksdansen.

Aërobe oefeningen omvat bewegingen die de hartslag een langere tijd verhoogt, zoals hardlopen of fietsen. Anaerobe oefeningen richten zich op snelle, intense uitbarstingen van energie over een korte periode, zoals springen of zwaar tillen.

De wetenschappers volgden ook 16 mensen die niet deelnamen aan danslessen van het Parkinson’s Progression Marker Initiative, een longitudinaal onderzoeksproject dat markers van parkinson probeert te identificeren. Ze matchten elke deelnemer in deze groep met een deelnemer uit de dansgroep aan de hand van leeftijd, geslacht, parkinson-symptoom, ernst en ziekteduur.

Voordat de deelnemers met de lessen begonnen, maten de onderzoekers de motoriek van de dansgroep om een basislijn vast te stellen. Nadat de sessies begonnen, vroegen ze dansers om wekelijkse enquêtes in te vullen om motorische en psychologische aspecten van het dagelijks leven te evalueren. Ze beoordeelden ook motorische complicaties zoals dyskinesie – onvrijwillige, grillige bewegingen in het gezicht en lichaam – en inspanningsniveaus.

Hiervoor gebruikten zij het eerdergenoemde hulpmiddel UPDRS. UPDRS is een meetinstrument om motorische en gedragsmatige aspecten van de ziekte van Parkinson in kaart te brengen en te scoren met behulp van een enkelvoudig getal.

Deelnemers die deelnamen aan wekelijkse danslessen zagen significante verbeteringen in spraak, tremoren, evenwicht en stijfheid. Ook hun psychologische symptomen verslechterden niet gedurende de drie jaar van het onderzoek. Bij de niet-dansers gingen motorische en psychologische aspecten in deze periode wel achteruit.

Motorische achteruitgang is meestal het snelst in de eerste vijf jaar na een diagnose van parkinson. De onderzoekers vermoeden daarom dat de motorische functies van deelnemers die blijven dansen na vijf jaar waarschijnlijk min of meer hetzelfde zullen zijn.

Bron: Brain Sci. 2021, 11(7), 895