Welke overeenkomsten hadden mensen die stierven aan corona?

Ouderen zijn een risicogroep. Dat is inmiddels welbekend. De grafiek van het RIVM door de redactie van Medisch Dossier gedownload op 15 april laat dit ook duidelijk zien.

Begin april is er een wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat de overledenen niet slechts hun leeftijdscategorie met elkaar gemeen hebben.

Onderzoekers van acht instellingen in China en de Verenigde Staten analyseerden de gegevens van 85 personen die aan COVID-19 stierven. Deze coronapatiënten waren tussen 9 januari en 15 februari 2020 in het ziekenhuis opgenomen in Wuhan, China.

Meerderheid oudere mannen

De onderzoekers hadden toegang tot de medische geschiedenis van de overleden patiënten. Zo kregen zij onder meer inzage of er sprake was van een onderliggende, chronische aandoening. Zij inventariseerden verder welke symptomen de patiënten ervoeren, zodra ze het virus hadden opgelopen. Ook beschikte het onderzoeksteam over informatie uit laboratoriumtests en CT-scans. De medische behandeling die deze overleden patiënten hadden gekregen, terwijl ze in de Chineze ziekenhuizen lagen, werd eveneens meegenomen in het onderzoek.

De onderzoekers constateerden dat 72,9% van de overledenen mannelijk was, met een gemiddelde leeftijd van 65,8 jaar. Deze groep bleek ook onderliggende chronische aandoeningen, zoals hartproblemen of diabetes, te hebben. De gemeenschappelijke COVID 19-symptomen onder de 85 patiënten waren koorts, kortademigheid, en moeheid. Enkele van de meest voorkomende complicaties tijdens de ziekenhuisopname waren ademhalingsfalen, shock, acuut respiratoir noodsyndroom en hartritmestoornissen.

Lage niveaus eosinofielen

Opmerkelijk was dat het onderzoeksteam ook zag dat 81,2% van de overleden een zeer laag eosinofielgehalte had toen zij werden opgenomen in het ziekenhuis. Eosonofielen zijn een soort witte bloedcellen die immuuncellen helpen bij de bestrijding van een infectie.

De meerderheid werd behandeld met antibiotica, antivirale middelen en glucocorticoïden, hoewel de effectiveit van deze medicijnen tegen COVID-19 niet volledig bekend is. Sommige patiënten kregen ook intraveneuze immunoglobulinen (antilichamen) of interferon alpha-2b, wat de immuunrespons ook een stimulans geeft.

Behandelingen nauwelijks effectief

De onderzoekers stellen dat behandelingen, waaronder combinaties van antimicrobiële geneesmiddelen, nauwelijk positief resultaat leken te hebben. Ze suggereren ook dat de lage niveaus van eosinofielen kunnen correleren met een groter risico op een fatale uitkomst voor coronapatiënten.

De onderzoekers dringen erop aan dat wereldwijd alle mogelijke informatie over over patiënten met COVID-19 wordt geregistreerd. De waarnemingen uit andere gebieden kunnen immers hetzelfde zijn, maar ook anders. Ook genetica kan een rol spelen. Deze nieuwe pandemie is voortdurend aan het verschuiven. Juist daarom moeten er meer en meer studies worden uitgevoerd en dat vraagt om een open houding, zo concludeert het onderzoeksteam.

Bron: Am J Respir Crit Care Med. 2020 Apr 3