Zonder pillen depressie de baas

Van alle ziekten die je als mens kunt krijgen, valt er een op vanwege het macabere karakter ervan: depressie. En depressie kan mensen opsluiten in een wereld van wanhoop, ze beroven van hun energie en ambities, hun relaties en gezin aantasten, en – het gaat om zo’n 800.000 mensen per jaar – het droevige en donkere pad van zelfdoding op sturen.

Wereldwijd lijden meer dan 300 miljoen mensen aan depressie. In 2014 had 8 procent van de Nederlanders van 12 jaar of ouder een depressie. Dat zijn ruim 1 miljoen mensen.1 Het Trimbos-instituut schat dat bijna een op de vijf mensen ooit in zijn of haar leven met een depressie te maken krijgt.2

Het merendeel van deze mensen zal op zeker moment in de spreekkamer van een huisarts of psychiater belanden. De arts zal de patiënt vragen naar zijn klachten en familiegeschiedenis, of hij goed slaapt en hoeveel hij beweegt. Aangezien er geen bloed- of urinetest is voor depressie en er geen uitslagen zijn die afgewacht moeten worden, schrijft een arts vaak al bij het eerste bezoek een recept uit.

Sterke stijging antidepressiva

Onderzoekers van de Johns Hopkins Bloomberg School of Public Health ontdekten dat 60 procent van de mensen die in 2005 en 2006 een vrijgevestigde psychiater bezochten, de praktijk verliet met twee of meer recepten voor psychofarmaca. In 1996 en 1997 was dat nog 43 procent. Het aantal mensen dat drie of meer recepten kreeg, verdubbelde zelfs in die periode: van 17 naar 34 procent.3

De Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) ontdekten dat het gebruik van antidepressiva in 15 jaar tijd (tussen 1999 en 2014) met maar liefst 65 procent is gestegen. In dat laatste jaar zei 1 op de 8 Amerikanen ouder dan 12 dat hij of zij de afgelopen maand antidepressiva had geslikt.4

Maar als mensen zoveel pillen slikken, hoe kan het dan dat veel van hen nog steeds angstig en somber zijn?
‘Te veel psychiaters schrijven medicatie voor zonder de werkelijke oorzaken te begrijpen van de ziekten die ze proberen te behandelen. Dus eigenlijk zijn ze aan het gissen,’ zegt psychiater James Greenblatt, medisch directeur van de Walden Behavioral Care en hoogleraar psychiatrie aan de Tufts Universiteit en het Dartmouth College in Massachusetts.

Greenblatt heeft een voortrekkersrol in wat hij de ‘integratieve psychiatrie’ noemt. Hij gebruikt allerlei instrumenten, van voeding en kruiden tot leefstijlveranderingen, die vroeger naar de randen van de conventionele psychiatrie werden verbannen maar waar nu, zegt hij, eindelijk wat meer aandacht voor komt. Hij vat het onderzoek daarnaar samen in zijn boek dat binnenkort verschijnt: Integrative medicine for depression (Sunrise River Press, 2019).

Een schot in het duister

‘Er zijn minstens 15 verschillende oorzaken voor depressie,’ vertelt Greenblatt. Van een traag werkende schildklier en een vitaminetekort tot coeliakie, bijwerkingen van medicijnen en een trauma.
De traditionele psychiatrie gooit al deze soorten depressie op één grote hoop, omdat ze dezelfde symptomen hebben. Dus een werkende moeder van 42 met drie kinderen die bedrijfsjurist is en last heeft van vermoeidheid, slapeloosheid en vreetbuien, krijgt dezelfde diagnose als een gepensioneerde loodgieter van 78 met schuldgevoelens en gedachten aan zelfdoding, namelijk ‘depressieve stoornis’.
Vaak is de behandeling een schot in het duister. De arts start met een van de vele antidepressiva, kiest het middel dat hem het beste lijkt voor zijn patiënt en schrijft misschien daarna een ander middel voor om te kijken of dat beter werkt. Hij stelt de dosering een keer bij, en schrijft extra pillen voor om de bijwerkingen te behandelen, zoals slapeloosheid en angst.

De bijwerkingen van de gangbare psychofarmaca zijn een belangrijke reden dat patiënten er soms mee stoppen. Antidepressiva zoals sertraline (Zoloft®), fluoxetine (Prozac®) en citalopram (Cipramil®) geven bijwerkingen als vermoeidheid, wazig zien, minder zin in seks en – ironisch genoeg – depressieve gedachten, en gedachten aan zelfdoding.5 Greenblatt zegt dat slechts ongeveer een derde van de patiënten helemaal of bijna helemaal herstelt door medicijnen tegen depressie.

Elke depressie is anders

Greenblatt is er inmiddels van overtuigd dat elke depressie net zo uniek is als de patiënt zelf. Depressie is afhankelijk van iemands biochemie, genen, hormonen, wat er in zijn leven gebeurd is, voeding, relaties en meer. Anders dan de meeste psychiaters begint hij elke behandeling met een uitgebreid bloedonderzoek. Hij kijkt daarbij naar aminozuren, essentiële vetzuren, mineralen en ontstekingsmarkers om een beeld te krijgen van de toestand van de lichaamscellen.

Hoewel conventionele psychiaters de geest en het lichaam vaak als aparte eenheden beschouwen, gaat de integratieve benadering ervan uit dat hersenen, lichaam en geest nauw verbonden zijn. Afhankelijk van het bloedonderzoek geeft Greenblatt adviezen over supplementen, voeding en leefstijlveranderingen.
Er zijn veel stappen die mensen met een depressie kunnen nemen voordat ze hun toevlucht nemen tot antidepressiva. Die stappen zijn veilig en bewezen door onderzoek. Op de volgende pagina’s vindt u de tien belangrijkste.

1. Beweeg
Een overzichtsstudie uit 2011 van 11 onderzoeken naar de invloed van beweging concludeerde dat het een ‘krachtige interventie bij klinische depressie’ is.6
Beweging met een hoge intensiteit zorgt ervoor dat het lichaam endorfine aanmaakt: het ‘gelukshormoon’ dat verantwoordelijk is voor het gevoel van euforie, door sporters ook wel runner’s high genoemd. Aanhoudend bewegen met een lage intensiteit stimuleert de afgifte van groeifactoren: eiwitten die de groei van en verbindingen tussen zenuwcellen bevorderen, en die een algeheel gevoel van welbevinden geven.7 Dus voordat u zich op de pillen stort of zelfs als u die al slikt: een dagelijkse wandeling kan heel heilzaam zijn.

2. Ga naar buiten
Als u die wandeling in het bos maakt, is dat nog beter. Dat blijkt uit een uitgebreid onderzoek naar wat Japanse onderzoekers shinrin-yoku noemen, ofwel ‘bosbaden’. Ze ontdekten in hun studie uit 2018 dat merkstoffen in de urine die wijzen op oxidatieve stress in het lichaam, lager waren nadat mensen in een bos hadden gewandeld. Na een wandeling in de stad was dat niet het geval.8

Een overzichtsstudie uit 2017 van 127 onderzoeken naar dit onderwerp heeft de voordelen van een boswandeling vergeleken met wandelen in een stedelijke omgeving: lagere concentraties van het stresshormoon cortisol, lagere hartslag, lagere bloeddruk, hogere activiteit van het parasympathische zenuwstelsel (wat rust en herstel in het lichaam bevordert) en lagere activiteit van het sympathische zenuwstelsel.9 Uit een studie onder 498 Japanse inwoners met acute en chronische stress bleek dat ze als direct gevolg van de tijd die ze in het bos hadden doorgebracht minder last hadden van vijandige, sombere en angstige gevoelens.10

3. Zorg voor voldoende vocht
Onderzoekers van het Human Performance Laboratorium van de Universiteit van Connecticut ontdekten dat zelfs lichte uitdroging – slechts 1,5 procent vochtverlies – invloed had op de energie van mensen, op hun stemming en helder kunnen denken, vooral bij vrouwen. Zorgen voor een goede vochthuishouding blijkt depressie en een negatieve stemming te verlichten, maar ook hoofdpijn en slapeloosheid. De onderzoekers adviseren volwassenen minstens 8 glazen water (2 liter) per dag te drinken. Als uw urine donkerder wordt, is dat een teken dat u te weinig vocht hebt binnengekregen.11

4. Gebruik de juiste vetten
Dorst hebben komt niet alleen door uitdroging. Greenblatt beschrijft het geval van een jonge vrouw die hij behandelde en die al tien jaar depressief was. Toen ze haar verhaal aan hem vertelde, benoemde ze ook dat ze veel dorst had, uitgeput was en last had van een droge huid. Uit haar testen bleek dat ze hele lage omega 3-waarden had: een vetzuur dat volop in vis, visolie, lijnzaadolie en walnoten zit.

Een ander soort vetzuur, omega 6, zit vooral in plantaardige oliën zoals zonnebloem- en maisolie, en verder in eieren en vlees. Ze zijn allebei nodig voor een goede hersenfunctie, maar van omega 6-vetzuren hebben we meer nodig dan van omega 3. De beste verhouding is 4:1, maar in het standaard westerse dieet is de verhouding vaak 25:1. Vee uit de intensieve veehouderij en kweekvis bevatten maar een vijfde van de hoeveelheid omega 3 die in het vlees van grasgevoerde runderen en wilde vis zit. Dat draagt bij aan die scheve verhouding.
Toen Greenblatt de vetzuurverhouding van zijn patiënte corrigeerde met omega 3-supplementen, verdwenen al haar symptomen.

Helaas is het niet altijd zo simpel, vandaar dat het bewijs omstreden is dat omega 3-supplementen tegen depressie helpen. Een grote studie door onderzoekers van de Universiteit van Montreal ontdekte bijvoorbeeld dat omega 3-vetzuren wel helpen bij mensen met een ernstige depressie, maar niet bij mensen met depressie en angst.12
Vreemd genoeg ziet Greenblatt een verrassend aantal patiënten bij wie uit het bloedonderzoek blijkt dat ze juist te veel omega 3 en te weinig omega 6 hebben. Dat kan komen doordat ze langer dan drie maanden hoge doseringen omega 3-supplementen hebben geslikt. Daarom adviseert hij niet meer dan 2 gram per dag te nemen en niet langer dan drie maanden, en dan opnieuw uw bloed te laten testen.

5. Eet zaden
Bradford Weeks, ook holistisch psychiater, is ervan overtuigd dat mensen te veel omega 3 binnenkrijgen via supplementen en dat de slechte reputatie van omega 6 komt doordat die vaak ranzig of geoxideerd raakt door verhitting en bewerking. ‘Onze huid heeft 1000 keer zoveel omega 6 nodig als omega 3,’ zegt hij. Ook onze hersenen hebben meer omega 6 nodig.

Het is volgens Weeks belangrijk dat we vetzuren rechtstreeks uit zaden en noten halen, in plaats van uit olie waarmee geknoeid is. Goede bronnen zijn: zonnebloem- en pompoenpitten, paranoten, walnoten, amandelen en chiazaad. Zelfs zaden uit fruit zoals appels, sinaasappels en kiwi’s zijn geschikt: maal ze fijn in een oude koffiemolen.

6. Neem B-vitaminen
Foliumzuur en vitamine B12 zijn cruciaal voor een gezonde hersenfunctie. Depressieve patiënten hebben vaak aan beide een tekort.13
Eén casus beschrijft een vrouw van 52 die haar hele leven al vegetariër was en die in katatonische (onbeweeglijke, apathische) toestand naar het ziekenhuis werd gebracht. Zes jaar eerder was ze gezien omdat ze ‘veel huilde’ en angstklachten had. Nu werd haar vitamine B12 getest en ze bleek een enorm tekort te hebben. Na een hoge dosis vitamine B12 herstelde de vrouw volledig.14
Een tekort aan vitamine B6 (pyridoxine) is ook in verband gebracht met depressie.15 Supplementen worden aanbevolen, vooral als uw homocysteïnewaarden hoog zijn (zie p…).

7. Slik een magnesiumsupplement
In 2018 werd er onderzoek gedaan naar de rol van magnesium bij neurologische aandoeningen. Er bleek een direct verband te bestaan tussen magnesium en depressie: hoe lager de bloedwaarden, hoe ernstiger de depressie.16 Dat is niet zo vreemd, want magnesium is nodig voor honderden lichaamsfuncties. Een tekort kan prikkelbaarheid, nervositeit, angst, apathie, stemmingswisselingen, slapeloosheid, hartproblemen, concentratieproblemen en depressie veroorzaken.

Aangezien magnesium in ons lichaam in onze cellen opgeborgen zit, heeft bloedonderzoek niet zoveel zin. Het magnesiumgehalte in rode bloedcellen is een betere indicator (zie p…). Normaalwaarden liggen tussen de 2,08-3 mmol/liter.

Let op: als u supplementen gaat slikken, kies dan magnesiumglycinaat of -tauraat. Neem géén magnesiumglutamaat of -aspartaat, want dat kan de symptomen juist verergeren.17

8. Zorg voor voldoende zink
Net als magnesium is dit essentiële mineraal in verband gebracht met depressie: hoe lager de bloedwaarden, hoe erger de depressie. Uit een literatuurstudie uit 2013, dat naar 17 onderzoeken met in totaal meer dan 2400 deelnemers keek, bleek dat degenen met een depressie lagere zinkwaarden hadden dan de deelnemers in de gezonde controlegroep.18

9. Zet selenium op het menu
Dit essentiële spoorelement, cruciaal voor de hersenen en het zenuwstelsel, zit in vlees, schelp- en schaaldieren, noten en granen. De hoeveelheid selenium in voedingsmiddelen hangt af van het seleniumgehalte in de grond waarin dat voedsel geteeld wordt. Een op de zeven mensen krijgt onvoldoende selenium binnen via zijn eten, en er blijkt een sterk verband tussen een seleniumtekort en een depressieve stoornis.19
Selenium helpt bij de aanmaak van glutathion, dat een superbelangrijke antioxidant is, die onze cellen beschermt. Het speelt ook een belangrijke rol in de synthese van de schildklierhormonen. Deze twee functies kunnen verklaren waarom zowel een te hoog als een te laag seleniumgehalte verband houdt met depressie.
Uit een studie bleek dat door slechts 5 gram paranoten per dag te eten, het seleniumgehalte in het bloed binnen 6 uur steeg, en dat bleef 24 uur zo. Deze noten bevatten ook andere belangrijke voedingsstoffen tegen depressie, zoals vetzuren, magnesium, zink, niacine (vitamine B3) en pyridoxine (vitamine B6).20

10. Gebruik saffraan en andere kruiden en specerijen
Een overzichtsstudie uit 2016 concludeerde dat sint-janskruid zonder andere medicijnen ‘beter werkt dan een placebo om de symptomen van een depressie te verbeteren en niet significant verschilt van antidepressiva’. Maar dan met minder bijwerkingen dan medicijnen…

Omdat sint-janskruid de werking beïnvloedt van sommige geneesmiddelen, zoals antistollingsmiddelen en de anticonceptiepil, en in theorie voor een overproductie van serotonine kan zorgen als u het samen met een antidepressivum slikt, is het beter om het kruid alléén te slikken. Of overleg met een arts of apotheker over de interactie met andere geneesmiddelen, voordat u ermee begint.21

Kurkuma, de knalgele keukenspecerij, is een ander middel dat al eeuwenlang in de traditionele ayurvedische en Chinese geneeskunde wordt gebruikt tegen depressie. Het werkzame bestanddeel is curcumine, dat ontstekingsremmende en antioxidante eigenschappen heeft, en onze hersencellen beschermt. Een literatuurstudie van zes klinische trials waaraan 377 patiënten met depressie deelnamen, ontdekte dat deze specerij een significant effect had en depressieve symptomen verminderde.22

Saffraan, de specerij die gebruikt wordt in gerechten zoals Spaanse paella en Franse bouillabaisse, bevat 40 tot 50 verschillende stofjes die bijdragen aan de antidepressieve werking ervan, die lijkt op die van SSRI’s (selectieve serotonine-heropnameremmers). Uit een onderzoek uit 2013 bleek dat saffraan bij depressie verbeteringen gaf die vergelijkbaar waren met antidepressiva.23 Ook een overzichtsstudie uit 2018 van 11 recente gerandomiseerde gecontroleerde trials, uitgevoerd door Hongaarse onderzoekers van de Universiteit van Szeged, concludeerde dat ‘saffraan een significant effect heeft op de ernst van depressie’.24

Wat veroorzaakt uw depressie?

Om te achterhalen wat de oorzaak is van uw symptomen, adviseert Greenblatt de volgende onderzoeken. Ze kunnen belangrijke aanwijzingen geven.

Aminozuurprofiel
Dit zijn de bouwstenen voor alle eiwitten en neurotransmitters (boodschapperstoffen, die signalen van de ene zenuwcel naar de andere sturen). Lage spiegels van het aminozuur tryptofaan zijn bijvoorbeeld in verband gebracht met depressie. En een tekort aan het aminozuur tyrosine (of de voorloperstof fenylalanine) kan tot vermoeidheid of concentratieproblemen leiden.

Zowel met bloed- als urineonderzoek kunnen uw aminozuurwaarden worden bepaald. De meting moet op z’n minst een paar uur na de maaltijd gebeuren. Deze test, die aminozuurprofiel heet, geeft de meest nauwkeurige resultaten. Vervolgens kunt u uw waarden met voeding of supplementen aanpassen. Ga naar een ervaren therapeut om de resultaten te interpreteren.

Compleet bloedbeeld (CBC) met differentiatie
Een CBC is een test om verschillende bestanddelen van het bloed te onderzoeken. De test telt het aantal witte bloedcellen en onderscheidt de verschillende typen (differentiatie). Ze kunnen verhoogd zijn door een infectie, allergische reactie of leukemie, maar ook door een lage zinkspiegel. Verder worden de rode bloedcellen geteld, de hemoglobine (Hb)- en hemotocriet (Ht)-spiegel bepaald, en de bloedplaatjes geteld. Zo kunt u bloedarmoede of een tekort aan koper, foliumzuur, ijzer of vitamine B12 opsporen.

Coeliakietest
Als mensen een sterke ontstekingsreactie hebben op het tarwe-eiwit gluten, liften depressie en angst daar vaak op mee. Daarom is het belangrijk coeliakie uit te sluiten. Een bloedonderzoek op antilichamen tegen anti-gliadine en anti weefseltransglutamine, kenmerken van coeliakie, kan duidelijkheid geven.

C-reactief proteïne (CRP)
Dit eiwit, geproduceerd inde lever, is een merkstof voor ontstekingen in het lichaam. Het is ook in verband gebracht met depressie en de aanwezigheid ervan kan eenvoudig bepaald worden met een bloedtest.

DHEA en pregnenolone
Dehydro-epiandrosteron (DHEA) en pregnenolone zijn voorlopers die nodig zijn voor de aanmaak van de geslachtshormonen testosteron en oestrogeen, en 150 andere steroïdhormonen. Lage waarden DHEA of pregnenolone zijn in verband gebracht met depressie.

Essentiële vetzuren
De omega 3-vetzuren EPA en DHA, en daarnaast omega 6-vetzuren, zijn essentiële vetzuren. Essentieel wil zeggen dat het lichaam ze niet zelf kan aanmaken. Ze zijn cruciaal voor de hersenfunctie. U kunt ze laten bepalen met een bloedtest en ze zo nodig weer in de juiste verhouding proberen te krijgen (zie hoofdartikel).

Foliumzuur en vitamine B12
Deze vitaminen houden ook sterk verband met depressie (zie hoofdartikel).

Homocysteïne
Hoge concentraties van het hormoon homocysteïne zijn schadelijk en houden verband met depressie. Ze komen vaak door een tekort aan foliumzuur, vitamine B6 of B12. Als u die via supplementen aanvult, daalt uw homocysteïnespiegel.

Voedselallergieën
Mensen met een voedselallergie zoals coeliakie hebben ook vaker een depressie. Dat kan komen doordat een voedingsmiddel overal in het lichaam ontstekingen veroorzaakt en dat die op hun beurt voor een depressie zorgen. U kunt dit laten testen door uw bloed in een laboratorium aan allergenen bloot te stellen en te kijken of dat een reactie uitlokt.

Hormonen (oestrogeen, progesteron en testosteron)
Geslachtshormonen zijn in verband gebracht met stemming en gedrag, zowel bij mannen als vrouwen. Maar Greenblatt zegt: ‘De biochemische en metabolische verbanden tussen deze hormonen zijn ongelooflijk ingewikkeld en bij elke persoon anders.’ Kijk zonodig met uw behandelend arts of een endocrinoloog naar de aantallen die uit een bloedtest naar voren komen.

IJzer en ferritine
IJzer is nodig voor de rode bloedcellen, die zuurstof naar de weefsels vervoeren. Een chronisch ijzertekort kan tot vermoeidheid, zwakte en depressie leiden. Een tekort heeft ook invloed op de enzymen die de aanmaak van de neurotransmitters dopamine en serotonine reguleren. Twee waarden worden vaak tegelijk getest: ijzer en ferritine. Ferritine is een eiwit dat ijzer opslaat. Als uw ferritine lager is dan normaal, of alleen maar aan de lage kant, dan raadt Greenblatt ijzersupplementen aan. Slik er vitamine C bij om de opname te bevorderen.

Kryptopyrrole
Pyrrolen zijn organische verbindingen die we normaal gesproken via de urine uitscheiden. Maar als ze zich ophopen (pyrrolurie), kunnen ze bijdragen aan een onevenwichtige voedingsstoffenbalans en depressieve symptomen verergeren.

Symptomen van pyrrolurie zijn nervositeit, angst, stemmingswisselingen, grote innerlijke spanningen, slecht kortetermijngeheugen en depressie. Dat komt allemaal doordat het overschot aan pyrrolen voor een tekort aan B6 en zink zorgt.

Een eenvoudige urinetest kan deze hoge concentraties opsporen. De behandeling bestaat uit supplementen met vitamine B6 en zink (als zinkpicolinaat).

Lipiden
Een laag totaal cholesterol in het bloed is in verband gebracht met depressie en gedachten aan zelfdoding. Een Mexicaanse studie uit 2018 ontdekte dat de cholesterolspiegels bij mensen met een depressieve stoornis significant lager waren dan bij de gezonde controlegroep. Bij depressieve mensen die een poging tot zelfdoding hadden gedaan, waren ze nog lager.1

Lithium
Lithium is een essentiële voedingsstof voor ons lichaam. Bij lage lithiumwaarden komt vaker depressie voor, een instabiele stemming, agressief gedrag en zelfdoding.

Lithium kan gemeten worden in de urine of door haaranalyse. Greenblatt zegt dat depressieve mensen een lithiumsupplement kunnen gebruiken, maar alleen als ze geen gecontra-indiceerde medicijnen slikken (dat zijn medicijnen die de werking van lithium beïnvloeden of omgekeerd).

Spoorelementen in rode bloedcellen
Deze test onderzoekt de concentraties van allerlei voedingsstoffen, zoals magnesium, calcium, fosfor, zink, selenium, borium, chroom en vanadium, en ook van toxische elementen. Ze hebben allemaal grote effecten op de bloedcellen.

Schildkliertest en schildklierantistoffen
Lage schildklierhormoonwaarden dragen bij aan depressie, angstklachten en andere psychische problemen. Bij een depressie moet u daarom altijd uw bloed laten testen op schildklierproblemen.

Urinetest organische zuren
Abnormaal hoge concentraties organische zuren in de urine wijzen op een blokkade van een of meer van de metabole routes in ons lichaam. U kunt uw dieet aanpassen, voedingssupplementen slikken, of kruiden met een schimmeldodende of antibiotische werking gebruiken om de onderliggende aandoeningen te behandelen.

Urinetest peptiden
Als de van nature voorkomende eiwitten caseïne (in melk) en gluten (in tarwe, rogge, gerst en enkele andere granen) niet volledig worden afgebroken, leidt dat tot hoge eiwitconcentraties (onder andere casomorfine en gliadorfine). Die gedragen zich als opioïden en zijn in verband gebracht met psychische klachten waaronder depressie.

Vitamine D
Het is inmiddels algemeen bekend dat voldoende vitamine D nodig is voor een goede stemming. Lage vitamine D-waarden houden verband met depressie, een verhoogde stressrespons, hoge bloeddruk, hartziekte, kanker, multiple sclerose en andere aandoeningen. Test uw vitamine D-spiegel daarom elke drie maanden en zorg voor voldoende zonlicht of gebruik supplementen, totdat de hoeveelheid 25-hydroxyvitamine D in uw bloed weer op peil is. Neem daarnaast ook een supplement met vitamine K2 in de vorm van MK7.

Zink en koper
Een bloedtest voor zink is niet altijd even betrouwbaar, maar een smaaktest kan zelfs een klein tekort opsporen. Koper, dat u meet met een bloed- of urinetest, hebt u nodig voor de synthese van neurotransmitters. Daardoor kunnen lage koperconcentraties despressiesymptomen veroorzaken, en hoge concentraties houden verband met agressie, paranoia en ansgtklachten. U kunt uw koper- en zinkwaarden in evenwicht brengen met supplementen of dieetaanpassingen.

Om het nog ingewikkelder te maken: de verhouding tussen zink en koper moet ook precies goed zijn. Doordat ze elkaar in de weg zitten bij de toegang tot receptoren in ons lichaam, kan een teveel aan koper tot een tekort aan zink leiden en omgekeerd.

Genetische test naar MTHFR-mutatie
Een genetische analyse van een eenvoudige speekseltest kan u vertellen of uw lichaam anders dan verwacht reageert op bepaalde medicatie. Mensen met genetische veranderingen van het MTHFR (methylenetetrahydrofolatereductase)-gen hebben een verstoorde foliumzuurstofwisseling, en als gevolg daarvan vaker een depressie. Ze hebben foliumzuursupplementen nodig (zie Medisch Dossier editie 8, jaargang 21, oktober 2018)

Literatuur
1. BMC Psychiatry, 2018; 18: 7

Literatuur
1. Wereldgezondheidsorganisatie, 22 maart 2018; www.cbs.nl/nl
2. www.trimbos.nl
3. Arch Gen Psychiatry, 2010; 67: 26-36
4. NCHS Data Brief, 2017; (283): 1-8
5. Int J Neuropsychopharmacol, 2018; 21: 814-21
6. Clin Psychol Sci Pr, 2006; 13: 179-93
7. Neural Plast, 2017; 2017: 7260130; Front Neurosci, 2018; 12: 498
8. Int J Environ Res Public Health, 2018; 15. pii: E1871
9. Int J Environ Res Public Health, 2017; 14: 851
10. Public Health, 2007; 121: 54-63
11. J Nutr, 2012; 142: 382-8; Br J Nutr, 2011; 106: 1535-43
12. J Clin Psychiatry, 2011; 72: 1054-62
13. Am J Psychiatry, 2002; 159: 2099-101
14. Acta Psychiatr Scand, 2003; 108: 156-9
15. J Am Coll Nutr, 2008; 27: 421-7
16. Nutrients, 2018; 10. pii: E730
17. Med Hypotheses, 2006; 67: 362-70
18. Biol Psychiatry, 2013; 74: 872-8
19. Nutrients, 2018; 10. pii: E584
20. J Nutr Metab, 2013; 2013: 653185
21. J Med Case Rep, 2017; 11: 137
22. J Am Med Dir Assoc, 2017; 18: 503-8
23. Phytother Res, 2018; 32: 1147-62
24. Planta Med, 2019; 85: 24-31